de praktijk

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [prɑkˈtɛik]
Verbuigingen:  praktijk|en (meerv.)

1) werkelijkheid zoals die zich voordoet
Verbuigingen:  g.mv. (meerv.)
Voorbeelden:  `Op papier ziet het er allemaal prachtig uit, maar in de praktijk valt het nogal tegen.`,
`idealen in de praktijk brengen door in een ontwikkelingsland vrijwilligerswerk te gaan doen`
Antoniem:  theorie

2) bedrijf van iemand met een vrij beroep
Voorbeeld:  `dokterspraktijk`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
advocatenpraktijk artsenpraktijk clientèle ervaring gebruik praxis routine streek theorie (antoniem)

8 definities op Encyclo
  1. Zie Theorie en praktijk
  2. Let op: Spelling van 1858 zie Practica en Praxis
  3. Uitvoering, doen van iets.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] oefening, uitoefening; kalandizie; die dokter heeft eene groote - (veel huizen welke hij bedient); men moet de theor...
  5. het doen, het uitoefenen vb: het idee is mooi, maar werkt het ook in de praktijk? het in de praktijk brengen [het doen]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met praktijk:
praktijkenpraktijkexamenpraktijkschoolpraktijkstage

Deze woorden eindigen op praktijk:
huisartsenpraktijkzwendelpraktijkberoepspraktijk

Herkomst volgens etymologiebank.nl
praktijk (toepassing der theorie; werk van advocaat of arts; ruimte voor werk van advocaat of arts)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `praktijk` kennen.