I bedijen

werkw.
Afbreekpatroon:  be·dij·en

bedreigen straattaal
Voorbeeld:  `Laat je niet bedijen door een dame.`


II bedijen

Afbreekpatroon:  be·dij·en
Vervoegingen:  bedijde (verl.tijd )
Vervoegingen:  bedijt (volt.deelw.)

1) gedijen, toenemen van welstand
Voorbeeld:  `onrechtmatig verkregen goed bedijt niet`

2) uitzetten, toenemen van groei
Synoniemen:  aanzwellen, dijen


4 definities op Encyclo
  • - Voorbeeld: Hij zou maar zijn rol spelen gelijk de anderen: gerust er op loegaan, de dingen laten bedijen en zich gedragen als een stevige, landvaste boer
  • [Straattaal] bedreigen, onderdrukken, iemand onder controle houden
  • 1) Uitzetten
  • Bedijen heeft veel verschillende betekenissen. In straattaal betekent bedijen, bedreigen. Normaliter is het in het gareel houden of onderdrukken.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bedijen (voorspoedig groeien)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent bedijen?
'bedreigen'
Hoe spel je bedijen?
bedijen spel je B E D I J E N

Op andere websites
Zoek bedijen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bedijen op Google
Zoek bedijen op Woordenlijst.org
Zoek bedijen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bedijen op Wikipedia