• in zijn schik zijn (=blij en opgewekt zijn) • in der minne schikken (=zonder verder geruzie bijleggen) • goedschiks of kwaadschiks (=met of tegen de zin) • de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt) • afwijzend beschikken op (=het verzoek weigeren) Naar de spreekwoorden