buitensluiten

werkw.
Uitspraak:  ['bœytə(n)slœytə(n)]
Afbreekpatroon:  bui·ten·slui·ten
Vervoegingen:  sloot buiten (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft buitengesloten (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) door af te sluiten verhinderen binnen te komen
Voorbeeld:  `Ik wist niet dat jullie nog in de tuin waren en heb jullie per ongeluk buitengesloten.`

2) (iemand) niet toelaten, niet mee laten doen
Voorbeeld:  `Een hele bevolkingsgroep werd buitengesloten.`
Synoniemen:  boycotten, weren


Synoniemen
schorsen   sluiten   uitsluiten   uitzonderen   

3 definities op Encyclo
  • ervoor zorgen dat hij niet naar binnen kan vb: we hebben de hond buitengesloten buitengesloten worden [niet mogen meedoen]
  • 1) Niet laten meedoen 2) Terzijdestellen 3) Uitsluiten 4) Onmogelijk maken 5) Schorsen 6) Uitzonderen 7) Uitzuiveren
  • Buitensluiten is ieder contact met iemand mijden. [basiswoordenlijst groep 6]
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van buitensluiten?
De verleden tijd van buitensluiten is 'sloot buiten'. Het voltooid deelwoord is 'heeft buitengesloten'.
Wat betekent buitensluiten?
'door af te sluiten verhinderen binnen te komen' en '(iemand) niet toelaten, niet mee laten doen'
Hoe spel je buitensluiten?
buitensluiten spel je B U I T E N S L U I T E N
Wat is een ander woord voor buitensluiten?
Andere woorden voor buitensluiten zijn schorsen, sluiten, uitsluiten en uitzonderen.

Op andere websites
Zoek buitensluiten in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek buitensluiten op Google
Zoek buitensluiten op Woordenlijst.org
Zoek buitensluiten in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek buitensluiten op Wikipedia