de broeder

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈbrudər]
Verbuigingen:  broeder|s (meerv.)

1) verpleger in een ziekenhuis
Voorbeeld:  `Op deze afdeling werken geen broeders.`
Synoniem:  verpleegkundige

2) broer
Voorbeeld:  `Ben ik mijn broeders hoeder?`

3) kloosterling die niet tot priester is gewijd
Voorbeelden:  `broeder tuinman`,
`broederklooster`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedienaar van de godsdienst broer frater geestelijke hulp kloosterling lekenbroeder medemens verpleger ziekenbroeder

8 definities op Encyclo
  • Een niet tot priester gewijd religieus die in een orde of congregatie de geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid heeft afgelegd. Zie ook: frater, soutane.
  • De broeder is een niet-gewijd lid van een religieuze orde of congregatie, die de geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid heeft afgelegd.
  • • [formeel] een broer. •een medemens of naaste. •een kloosterling die geen priester is of die daarvoor wordt opgeleid. •een lid van een christelijke gemeente. •...
  • krentenbrood met een zoete kern van bruine suiker, roomboter, kaneel, en kruimels van beschuit of koekjes om enige binding tot stand te brengen. Het brood fungeerde als ...
  • [gerecht] - Broeder is een broodachtig Nederlands gerecht. De belangrijkste ingrediënten zijn bloem, gist en rozijnen en het wordt geserveerd met stroop. Traditioneel w...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met broeder:
    broederliefdebroederlijkbroederplaneetbroedersbroederschapbroederschappenbroederschoolbroederstrijd

    Deze woorden eindigen op broeder:
    bloedbroedergildebroederminderbroedermoedermuilbroedermuilbroederoudermuilbroederschoonbroederstiefbroedervadermuilbroederverbroederziekenbroederzoogbroeder

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    broeder (zoon van de vader, broer; monnik; verpleger)