de breedte

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈbretə]
Verbuigingen:  breedte|n, breedte|s (meerv.)

afstand tussen de lange kanten
Voorbeelden:  `lengte, breedte en hoogte`,
`de breedte van een bed`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afmeting baan breedheid grootte maat ruimte

Spreekwoorden en zegswijzen
• het moet uit de lengte of uit de breedte komen (=het moet hoe dan ook uitgespaard worden)
Naar de spreekwoorden

13 definities op Encyclo
  1. •afmeting loodrecht op de hoogte of de lengte.
  2. afstand van de ene zijkant tot de andere vb: wat is de breedte van deze gang?
  3. Afstand van een plaats tot de evenaar. Zie ook geografische breedte.
  4. De maat genomen van de ene zijkant van een voorwerp naar de andere. Categorie: Kenmerken en Eigenschappen > afmeting naar algemeen type.
  5. Let op: Spelling van 1858 (aardrijkskundige of geographische)de afstand eener plaats op de aarde van den evennachtscirkel (aequator) zuid- en noordwaarts. De breedte eene...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met breedte:
breedteasbreedtecirkelbreedtecirkelsbreedtegraadbreedtegradenbreedtenbreedteparallelbreedtes

Deze woorden eindigen op breedte:
bandbreedtespoorbreedtezorgbreedtemiddagbreedtepadbreedtenoorderbreedtezuiderbreedte

Herkomst volgens etymologiebank.nl
breedte (kortste afmeting)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `breedte` kennen.