de bons

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɔns]
Verbuigingen:  bonzen (meerv.)

1) dof geluid van een klap
Voorbeeld:  `een bons op de deur`

2) een belangrijk man met veel invloed
Voorbeeld:  `De bonzen bepalen wat er gebeurt in een bedrijf.`

3)
iemand de bons geven  (een relatie met iemand stoppen) `een werknemer de bons geven`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
klap kopstuk pof schok smak

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand de bons geven (=iemand waarmee je een relatie hebt niet meer willen zien)
• de bons geven (=ontslaan)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. De bons is eigenlijk een kleine schokker met bolle wangen, waarvan de mast wat verder naar achteren staat en de steven iets minder schuin is dan de schokker. Het zijaanzi...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (bonzen), slag, stoot, schok. ~, tw. bons! daar lag hij. ~EN, [bedrijvend werkwoord] zie BONZEN.
  3. zie Bons.
  4. zie Bons.
  5. soort van kleine Schokker met wat voller voorschip, een iets steiler geplaatste steven en een wat achterlijker geplaatste mast. Afmetingen ca. 11 x 4 meter. Iets kleiner ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bons:
bonsaibonsdebonsdenbonst

Deze woorden eindigen op bons:
bonbonsLissabons

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bons (stoot)
  2. bons (vissersschuit)
  3. bons = bonze (machtig persoon)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `bons`.