de boezem

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈbuzəm]
Verbuigingen:  boezem|s (meerv.)

borsten van een vrouw
Voorbeeld:  `Zij heeft een grote boezem.`
Synoniem:  buste

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afvoerkanaal afwateringskanaal baai binnenste borsten gemoed kring plas prammen riolering riool schoot tieten

Spreekwoorden en zegswijzen
• de hand in eigen boezem steken (=zijn eigen fout inzien)
Naar de spreekwoorden

25 definities op Encyclo
  1. borsten van een vrouw vb: zij drukte hem aan haar boezem binnenwater waar water uit de polder op geloosd wordt vb: het water stroomt in de boezem
  2. Een tijdelijke opslagplaats voor overtollig polderwater. Hiervoor werden ringvaarten, meren en afgedamde rivieren gebruikt.
  3. Tijdelijke opslagplaats voor overtollig polderwater. Bijvoorbeeld een meer of rivier.
  4. Opslagplaats van overtollig polderwater.
  5. Het stelsel van wateren (meren, vaarten e.d.) die tot voorlopige berging van het polderwater dienen, alvorens het in het buitenwater geloosd kan worden. Het water in de b...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met boezem:
boezem inboezemdeboezemfibrillerenboezemkadeboezemsboezemvriendboezemvriendenboezemwater

Deze woorden eindigen op boezem:
linkerboezemrechterboezemzeeboezem

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. boezem (borst)
  2. boezem (waterloop waarin polderwater wordt geloosd)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `boezem`.