puffen

werkw.
Uitspraak:  [pʏfə(n)]
Vervoegingen:  pufte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gepuft (volt.deelw.)

hoorbaar krachtig uitademen
Voorbeeld:  `hijgen en puffen door de warmte`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blazen hijgen paffen ploffen

Taaladvies
Schrijf je hijgen met ei of ij? Zie hijgen / heigen

3 definities op Encyclo
  • blazen van de warmte vb: het was 30 graden en we liepen te puffen van de hitte de adem in kleine stootjes uitblazen vb: bij de bevalling moest Arianne puffen
  • 1) Blazen 2) Blazen van de warmte 3) Blazen van moeheid 4) Blazen van warmte 5) Hijgen 6) Paffen 7) Ploffen 8) Roken 9) Sterk roken 10) Tuffen
  • blazen Jaar van herkomst: 1481 (MNW )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    puffen (blazen)