de binnenbaan

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['bɪnə(n)ban]
Verbuigingen:  binnen|banen (meerv.)

1) baan aan de binnenkant van de bocht sport
Voorbeelden:  `de binnenbaan nemen`,
`wisselen van buitenbaan naar binnenbaan bij het schaatsen`
Antoniem:  buitenbaan

2) overdekte baan voor sommige sporten zoals tennis of skelter sport
Voorbeeld:  `Bij regen kunnen we de binnenbaan nemen.`
Antoniem:  buitenbaan

© Kernerman Dictionaries.