de bies

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [bis]
Verbuigingen:  biezen (meerv.)

1) rand ter versiering langs een stuk stof
Voorbeeld:  `afgezet met een rood biesje`

2) soort riet
Voorbeeld:  `Mozes in het biezen mandje`
je biezen pakken  (vluchten)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
boordsel galon strook

11 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (...zen), dun -, langopgroeiend oevergewas; [figuurlijk] zijne biezen pakken, zich uit de voeten maken, vlugten. ~, (bij kleermakers...
  2. Scirpus**, bies • mijn boven- of onderzijdig; frass in 1 of enkele grote proppen; larve een made => 2 • mijn voldiep, doorzichtig; frass korrelig; larve met gech...
  3. (Genus Schoenoplectus) -Bies- Volledige wetenschappelijke naam: Schoenoplectus (Rchb.) Palla
  4. rechte versieringslijn: deze is op de ondergrond aan te brengen door -na de breedte van de bies af te meten- met schilderstape af te plakken en te schilderen. Na het aanb...
  5. reepje stof langs de rand van een kledingstuk vb: de mouwen hadden een rood biesje plant waar manden en matten van gemaakt worden vb: de stoel had een biezen zitting je b...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bies:
biesdebiesdenbieslookbiest

Deze woorden eindigen op bies:
rabiësnaaldwaterbiesscabieszombies

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bies (plantengeslacht, boordsel)
  2. bies (schraapijzer van graveurs)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 92% van de Nederlanders en 77% van de Vlamingen het woord `bies`.