bezitten

werkw.
Uitspraak:  [bəˈzɪtə(n)]
Vervoegingen:  bezat (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bezeten (volt.deelw.)

hebben
Voorbeeld:  `een computer bezitten`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beschikken hebben ontberen (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)
• vlees en been bezitten (=niet mager en eerder groot zijn)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  • (in bezit) hebben Jaar van herkomst: 1240 (VMNW )
  • • [ov] iets in eigendom hebben. •"vnl. lijdende vorm + van" geestelijk geobsedeerd worden
  • dat het van iemand is vb: wij bezitten een groot huis Synoniemen: hebben voorzien Tegenstellingen: missen derven
  • 1) Beschikken 2) Hebben 3) Kennen 4) Possederen 5) Tellen
  • vermogensrecht: het houden of het genieten van een zaak die wij in onze macht hebben of van een recht dat wij uitoefenen, ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    bezitten (in eigendom hebben)