recapituleren

werkw.
Uitspraak:  [rekɑpity'lerə(n)]
Vervoegingen:  recapituleerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gerecapituleerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

kort de belagrijkste zaken samenvatten die gezegd of gebeurd zijn
Voorbeeld:  `Even recapituleren: wie doet wat?`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
samenvatten

3 definities op Encyclo
  1. dat wat in het voorafgaande uiteengezet of gebeurd is kort en duidelijk samenvatten
  2. 1) Duidelijk samenvatten 2) Herhalen 3) Samenvatten 4) Zakelijk herhalen
  3. samenvattend herhalen Jaar van herkomst: 1567 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
recapituleren (samenvattend herhalen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `recapituleren`.