bestaan van

werkw.
Uitspraak:  [bəˈstan vɑn]
Vervoegingen:  bestond van (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bestaan van (volt.deelw.)

kunnen leven van (geld of voedsel)
Voorbeeld:  `bestaan van visvangst`

© Kernerman Dictionaries.