I berouwen

werkw.
Verbuigingen:  berouwde
Verbuigingen:  berouwd

''met persoon als meewerkend voorwerp'': spijten
Voorbeeld:  `Het berouwde hem nog lang dat hij dat gedaan had.`


II berouwen

werkw.
Verbuigingen:  berouwde zich
Verbuigingen:  heeft zich berouwd

''zich berouwen over;
met persoon als onderwerp'': spijt hebben van iets
Voorbeeld:  `Lange berouwt zich nu over zijn hand- en spandiensten aan de grote fraudeurs.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
spijten

2 definities op Encyclo
  1. spijt doen hebben Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
  2. 1) Bezuren 2) Boeten 3) Regretteren 4) Spijten 5) Spijt doen hebben
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
berouwen (spijt doen hebben)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `berouwen`.