de vanger

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['vɑŋər]
Verbuigingen:  vanger|s (meerv.)

de vang|ster

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['vɑŋ|stər]
Verbuigingen:  vangster|s (meerv.)

iemand die iets of iemand vangt
Voorbeelden:  `achtervanger`,
`ballenvanger`,
`dievenvanger`,
`muizenvanger`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Deel van een piano 2) Grijper 3) Honkballer
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op vanger:
blikvangerrattenvangerveldspaatvervangermaaltijdvervangerplaatsvervangervenusvliegenvangervliegenvangergps-ontvangerkatvangerkristalontvangerontvangerradio-ontvangervervangervleesvervanger

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `vanger`.