de badhanddoek

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['bɑthɑnduk]
Verbuigingen:  badhanddoek|en (meerv.)

grote handdoek
Voorbeeld:  `Met zijn tweeën liggen zonnen op één badhanddoek.`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Badbenodigheid 2) Toiletartikel 3) Toiletbenodigdheden 4) Toiletgerei 5) Wasgerei
Toon uitgebreidere definities