afsnoepen
werkw.
| Uitspraak: | ['ɑfsnupə(n)] |
| Afbreekpatroon: | af·snoe·pen |
| Vervoegingen: | snoepte af (verl.tijd enkelv.) |
| Vervoegingen: | heeft afgesnoept (volt.deelw.) |
tegen de wil van een ander overnemen informeel | Voorbeeld: | `marktaandeel afsnoepen van de concurrent` | |
| Synoniem: | afpakken |
1 definitie op Encyclo
- 1) Ontfutselen 2) Stiekem wegnemen 3) Voor zijn neus weghalen
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van afsnoepen?
De verleden tijd van afsnoepen is 'snoepte af'. Het voltooid deelwoord is 'heeft afgesnoept'.
Wat betekent afsnoepen?
'tegen de wil van een ander overnemen'
Hoe spel je afsnoepen?
afsnoepen spel je A F S N O E P E N Op andere websites
Zoek afsnoepen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek afsnoepen op
Google
Zoek afsnoepen op
Woordenlijst.org
Zoek afsnoepen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek afsnoepen op
Wikipedia