ervan

bijwoord
Uitspraak:  [ɛr'vɑn]

van (het eerder of later genoemde)
Voorbeelden:  `Hij doet zo raar, ik weet niet wat ik ervan moet denken.`,
`ervan overtuigd zijn dat ze de waarheid spreekt`
Dat komt ervan.  (<dat zeg je tegen iemand als de negatieve gevolgen van zijn of haar gedrag duidelijk worden>) `Gevallen? Tja, dat komt ervan als je zonder handen aan het stuur fietst.`
ervan op aan kunnen  (erop kunnen vertrouwen) `Ik geef je je geld morgen terug. Je kunt ervan op aan.`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• het fijne ervan willen weten (=willen weten wat er precies aan de hand is)
• het ervan nemen (=ervan genieten - niet werken)
ervan tussen (=ontsnapt)
ervan lusten (=op zijn kop krijgen)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  • •"vervangt" *van het. •"vervangt" het onzijdig bezittelijk voornaamwoord zijn •Bezittelijk voornaamwoord
  • van wat je noemt of bedoelt vb: het stuk dat ervan afgebroken is komt er nog wat van! [je moet opschieten!]
  • 1) Bezittend 2) Bijwoord 3) Er 4) Los 5) Van dat 6) Van het bedoelde 7) Van het genoemde
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op ervan:
    hiervan