ervan

bijwoord
Uitspraak:  [ɛr'vɑn]

van (het eerder of later genoemde)
Voorbeelden:  `Hij doet zo raar, ik weet niet wat ik ervan moet denken.`,
`ervan overtuigd zijn dat ze de waarheid spreekt`
Dat komt ervan.  (<dat zeg je tegen iemand als de negatieve gevolgen van zijn of haar gedrag duidelijk worden>) `Gevallen? Tja, dat komt ervan als je zonder handen aan het stuur fietst.`
ervan op aan kunnen  (erop kunnen vertrouwen) `Ik geef je je geld morgen terug. Je kunt ervan op aan.`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• het fijne ervan willen weten (=willen weten wat er precies aan de hand is)
• het ervan nemen (=ervan genieten - niet werken)
ervan tussen (=ontsnapt)
ervan lusten (=op zijn kop krijgen)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  1. van wat je noemt of bedoelt vb: het stuk dat ervan afgebroken is komt er nog wat van! [je moet opschieten!]
  2. •"vervangt" *van het. •"vervangt" het onzijdig bezittelijk voornaamwoord zijn •Bezittelijk voornaamwoord
  3. 1) Bezittend 2) Bijwoord 3) Er 4) Los 5) Van dat 6) Van het bedoelde 7) Van het genoemde
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op ervan:
hiervan

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `ervan`.