het bosschage

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [bɔ'saʒə]
Verbuigingen:  bosschage|s (meerv.)

groep bomen, klein bos
Voorbeeld:  `Schilderachtige heuvels met hier en daar een bosschage.`

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Boschage / bosschage: Is de juiste spelling boschage of bosschage?

4 definities op Encyclo
  1. (o) - bosje, niet verwarren met 'bossage'
  2. 1) Groep struiken 2) Groepje bomen 3) Struikachtig gewas
  3. 'lustbosie', heg- of struikengroep in het open gedeelte van de tuin.
  4. bosje Jaar van herkomst: 1285 (CG Rijmb. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bosschage (bosje)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 58% van de Nederlanders en 18% van de Vlamingen het woord `bosschage`.