de bungalow

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈbʏŋgalo]
Verbuigingen:  bungalow|s (meerv.)

1) vrijstaande woning met alleen een benedenverdieping
Voorbeeld:  `een vrijstaande bungalow`

2) vakantiehuisje
Voorbeeld:  `bungalowpark`

© Kernerman Dictionaries.

9 definities op Encyclo
  • vrijstaand huis dat alle kamers op de begane grond heeft vb: in een bungalow hoef je nooit trappen te lopen
  • Dit is vrijstaand woonhuis van één verdieping. Alle woonruimtes bevinden zich dus op de begane grond. Wel bevinden zich soms onder de bungalow grote kelderruimten en ee...
  • Huis waarin alle vertrekken op de begane grond liggen.
  • [ gebouwtypologieën] Een bungalow is van oorsprong een Indiaas landhuis van één verdieping hoog en omgeven door veranda's. Tegenwoordig is een bungalow een vrijstaand ...
  • Huis(je) waarvan alle vertrekken gelijkvloers liggen. In de reisbranche ook: vakantiehuisje al of niet met (kleine) etage
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met bungalow:
    bungalowparkbungalowsbungalowtentbungalowtenten

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    bungalow (woning zonder bovenverdieping)