afbellen

werkw.
Uitspraak:  ['ɑvbɛlə(n)]
Vervoegingen:  belde af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgebeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (iets of iemand) per telefoon afzeggen
Voorbeeld:  `een afspraak afbellen`

2) (onderdelen van een reeks) één voor één opbellen
Voorbeeld:  `een hele lijst van crèches afbellen of er nog plaats voor je kind is`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afzeggen

3 definities op Encyclo
  1. door bellen te kennen geven dat een wedstrijd gestaakt moet worden
  2. door bellen te kennen geven dat een wedstrijd gestaakt moet worden
  3. 1) Aftelefoneren 2) Afzeggen 3) Telefonisch afzeggen 4) Term uit de wielersport
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `afbellen`.