afbellen

werkw.
Uitspraak:  ['ɑvbɛlə(n)]
Vervoegingen:  belde af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgebeld (volt.deelw.)

1) (iets of iemand) per telefoon afzeggen
Voorbeeld:  `een afspraak afbellen`

2) (onderdelen van een reeks) één voor één opbellen
Voorbeeld:  `een hele lijst van crèches afbellen of er nog plaats voor je kind is`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afzeggen

Taaladvies
Waar komt verstek laten gaan vandaan en wat wordt ermee bedoeld? Zie Verstek laten gaan

2 definities op Encyclo
  • 1) Aftelefoneren 2) Afzeggen 3) Telefonisch afzeggen 4) Term uit de wielersport
  • door bellen te kennen geven dat een wedstrijd gestaakt moet worden
  • Toon uitgebreidere definities