aborteren

werkw.
Uitspraak:  [abɔr'terə(n)]
Vervoegingen:  aborteerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geaborteerd (volt.deelw.)

lang voor de geboorte een ongeboren kind weghalen
Voorbeeld:  `De vrouw liet zich na de slechte uitslag aborteren.`
Synoniem:  abortus plegen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdrijven mislukken stilhouden stoppen

8 definities op Encyclo
  • • [ov] een foetus weghalen.
  • Let op: Spelling van 1858 ontijdig baren. Abortus, Lat., miskraam, misgeboorte. Abortief, ontijdig gebaard; dat ontijdig doet baren
  • 1) Afdrijven 2) Een miskraam hebben 3) Een miskraam veroorzaken 4) Mislukken 5) Ontijdig bevallen 6) Stilhouden 7) Stoppen
  • een miskraam hebben of opwekken Jaar van herkomst: 1650 (MEY )
  • het opwekken van een miskraam
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    aborteren (een miskraam hebben of opwekken)