I het Tsjechisch

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['tʃɛxis]

taal die in Tsjechië en in sommige buurlanden wordt gesproken


II Tsjechisch

bijv.naamw.
Uitspraak:  ['tʃɛxis]

als iets of iemand uit Tsjechië komt of met Tsjechië te maken heeft
Voorbeeld:  `De Tsjechische munteenheid is de Tsjechische kroon, ook al hoort Tsjechië bij de Europese Unie.`

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. Verwijst naar de cultuur van het huidige Tsjechië, of in het algemeen naar de culturen op het grondgebied van het huidige Tsjechië in Centraal Europa. De term w...
  2. • [taal] een Slavische taal die vooral wordt gesproken in de Tsjechische Republiek.
  3. 1) Europese taal 2) Slavische taal 3) Taal 4) Uit tsjechië afkomstig 5) West-slavische taal
  4. Het Tsjechisch (čeština of český jazyk) is een West-Slavische taal met ongeveer 12 miljoen sprekers. Tsjechisch wordt vooral gesproken in Tsjechië (10,2 miljoen inw...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met Tsjechisch:
Tsjechische