Ia de Griek

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [grik]
Verbuigingen:  Griek|en (meerv.)

Ib de Griek|se

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [grik|sə]
Verbuigingen:  Griekse|n (meerv.)

iemand met de Griekse nationaliteit


II de Griek

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [xrik]
Verbuigingen:  griek|en (meerv.)

restaurant met Griekse gerechten
Voorbeeld:  `We gaan vanavond bij de Griek eten.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
Helleen

Spreekwoorden en zegswijzen
• dat was Grieks voor hem (=dat begreep hij niet)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Krijgt de griek hoofdletter als je bij hem gaat eten? Zie Eten bij de Griek/griek
  2. Schrijf je een Grieksemet een hoofdletter of niet? Zie een Griekse


3 definities op Encyclo
  • • [demoniem] een inwoner van Griekenland, of iemand afkomstig uit Griekenland. •een Grieks restaurant.
  • 1) Bewoner van Hellas 2) Bewoner van Zuid-Europa 3) Europeaan 4) Helleen 5) Inwoner van europa 6) Inwoner van griekenland
  • Een vuil en oud schip waarbij je (als loods of douanier) op alles voorbereid moet zijn.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met Griek:
    GriekenGriekinGrieksGrieks-orthodoxGriekse

    Deze woorden eindigen op Griek:
    fenegriek

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. griek (grasnerf)
    2. griek (scheldwoord)