mik

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  mikken
Verbuigingen:  mikje

1) de mik (m): het mikken, het ergens op richten

2) de mik (m): / een zwaar soort brood van in linnen zakjes gekookt ongezift roggemeel

3) de mik (m): / deel van een maststrijksysteem waarop de mast in gestreken stand rust
Voorbeeld:  `In gestreken stand rust de mast in de mik.`

4) de mik (m): / handel, spul, zooi
Voorbeeld:  `Ik weet niet wat ik met deze mik aanmoet.`


Bron: WikiWoordenboek.

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. geen meervoud bijvoorbeeld en m.) bloem van rogge- of tarwemeel; broodje van fijn roggemeel gebakken; boomtak in den vorm eener ...
  2. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 alle dwarshout, dat tot steunsel dient.
  3. 1> metalen steun, waarop de giek kan rusten. A>nr.8 U> Gerelateerde term: broekschoorsteen, mastbok. 2> vermoedelijk onjuist gebruikt synoniem voor mastbok. 3> soms g...
  4. Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Mik`` Zie Draaibas
  5. (1) Houten of ijzeren staander waarin de giek kan rusten. (2) Roeidol.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met mik:
mik afmikadomikdasj meatmikkenmikken opmikmakmikpuntmikpuntenmiktemikwamikwe

Deze woorden eindigen op mik:
krikkemik

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. mik (brood)
  2. mik (gaffel)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 88% van de Vlamingen het woord `mik`.