I het Grieks

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [xriks]

Griekse taal
Voorbeelden:  `een cursus Grieks voor beginners volgen`,
`op het gymnasium lessen klassiek Grieks krijgen`


II Grieks

bijv.naamw.
Uitspraak:  [xriks]

als iets of iemand uit Griekenland komt of met Griekenland te maken heeft
Voorbeeld:  `het Griekse alfabet`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
betreffenGriekenland gymnasuim

Spreekwoorden en zegswijzen
• dat was Grieks voor hem (=dat begreep hij niet)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
oud-Griekse voorwerpen / Oud-Griekse voorwerpen / Oudgriekse voorwerpen: Wat is de correcte schrijfwijze: oud-Griekse voorwerpen, Oud-Griekse voorwerpen of Oudgriekse voorwerpen?

4 definities op Encyclo
  1. Verwijst in het algemeen naar de cultuur en stijlen die worden geassocieerd met het deel van Zuidoost-Europa dat bestaat uit het zuiden van het Balkan-schiereiland, de Pe...
  2. • [taal] een taal die vooral wordt gesproken in Griekenland en op Cyprus.
  3. 1) Arische taal 2) BetreffenGriekenland 3) Centrumtaal 4) Dode taal 5) Europese taal 6) Gymnasuim 7) Indo-europese taal 8) Indo-germaanse taal 9) Leervak op school 10) On...
  4. Het eerste schrift voor deze taal is Lineair B en het oudste met dat schrift verbonden Grieks (1450 - 1250 v.Chr.?) wordt Myceens genoemd. Sinds de tijd van de klassieke...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met Grieks:
Grieks-orthodoxGriekse

Deze woorden eindigen op Grieks:
potjesgrieksOudgrieks

Herkomst volgens etymologiebank.nl
grieks (van Griekenland)