Spreekwoorden met `zijn geld`

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zijn geld`

  1. alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
  2. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)

2 betekenissen bevatten `zijn geld`

  1. het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
  2. de duiten bijten hem (=hij verspilt zijn geld)

21 dialectgezegden bevatten `zijn geld`

  1. a ee een goat in zijn and (=iemand die zijn geld verspilt) (Gents)
  2. al zè gaalt opdoen (=al zijn geld verkwisten) (Sint-Niklaas)
  3. daaj moet hél krétse vër rond te koëme (=die moet hard werken en besparen om rond te komen met zijn geld) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. dae kumpste nie rap traoën (=die zit op zijn geld) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. dae verzwaarsdje zien hieël geldj inne café (=hij smeet zijn geld over de balk in het café) (Heitsers)
  6. das ne meuleneer (=die zit op zijn geld) (Oudenbosch)
  7. e koet énzen hand hübbe (=zijn geld over de balk gooien) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. E zitj zonder smaad (=zijn geld is op) (Liedekerks)
  9. hae hieët geine roeëje sent, hae is keps (=zijn geld is op) (Weerts)
  10. hij het de heule pot verteerd (=hij heeft al zijn geld erdoor gebracht) (Westerkwartiers)
  11. hij is zo aarm as job (=hij heeft al zijn geld verspeeld) (Westerkwartiers)
  12. hij wordt sloap'ndeweg riek (=hij komt gemakkelijk aan zijn geld) (Westerkwartiers)
  13. ij zit op zwart zaod (=hij is door zijn geld heen) (Oudenbosch)
  14. jeet ol ze geld vertuureluut (=hij heeft al zijn geld verbrast) (Kortemarks)
  15. ne peizeweiver (=iemand die op zijn geld zit) (Ronsisch)
  16. Wie zien geld wil zien verstoe'm, mut knien of doev'n hol'n (=Wie zijn geld wil verliezen, moet konijnen of duiven gaan houden) (Hoogeveens)
  17. ze poenke (=zijn geld) (Veurns)
  18. zebbe num illemaol uitgekleet (=ze hebben zich al zijn geld toegeeigend) (Oudenbosch)
  19. zee dèm goe gepluim't (=ze heeft zijn geld afgetroggeld) (Brakels)
  20. zijn geld in de Schelde smijten (=zijn geld verkwisten) (Gavers)
  21. zijn geld vertèrn (=zijn geld opdoen) (Waregems)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen