Spreekwoorden met `weer uit`

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `weer uit`

  1. het ene oor in en het andere weer uit. (=wel horen maar niet luisteren)
  2. het ene oor in, het andere weer uit (=het wel horen en meteen weer vergeten)
  3. schrijf het maar op je buik (dan kan je het met je hemd weer uitvegen) (=vergeet het maar)

3 betekenissen bevatten `weer uit`

  1. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden /  beloven, maar steeds weer uitstellen)
  2. als de kan vol is, loopt zij over. (=als je te veel drinkt komt het er weer uit)
  3. van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder zorgen over later)

3 dialectgezegden bevatten `weer uit`

  1. ais wer ouit zijne knossel geschote (=Hij is weer uit zijn kram geschoten, uit zijne rol gevallen) (Antwerps)
  2. kintj ’t door de roeper, den kintj ’t ouch door de poeper (=wat er van voren ingaat, moet er van achter weer uit) (Heitsers)
  3. kyk nat t'andre (=wat steekt hij nu weer uit) (Harelbeeks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen