Spreekwoorden met `voor zich`

Zoek

Eén spreekwoord bevat `voor zich`

  1. ieder voor zich en God voor ons allen (=niemand helpt elkaar)

8 betekenissen bevatten `voor zich`

  1. de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
  2. je eigen glazen ingooien (=het voor zichzelf bederven)
  3. je eigen graf graven/delven (=het voor zichzelf bederven)
  4. ieder trekt aan zijn streng (=ieder kiest voor zichzelf)
  5. ieder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
  6. er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  7. voor de boeg hebben (=nog voor zich hebben, te wachten staan)
  8. iets op het oog hebben (=voor zichzelf al iets hebben uitgekozen)

16 dialectgezegden bevatten `voor zich`

  1. 't veegt zijn gat zonder papier (=Het spreek voor zich zelf) (Wetters)
  2. aander vër zen kaar spanne (=anderen voor zich laten werken) (Bilzers)
  3. aunbiddink: In gediereg aunbiddink zitt'n (=Domweg voor zich uit staren) (Lebbeeks)
  4. da begrepte wel (=dat spreekt voor zich) (Oudenbosch)
  5. da weete mijn kluuten uuk en ‘t zijn gîen alvekoate (=dat weet toch iedereen, dat spreekt voor zich) (Gents)
  6. de zoak an de kapstok hang'n (=een probleem voor zich uitschuiven) (Westerkwartiers)
  7. den heile werd lik on zen viet (=hij heeft het volle leven nog voor zich) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. die keek as un uul op 'n klûte (=dom voor zich uit kijken) (Zaamslags)
  9. ei zit doar gelijk nen uil op nen kluit (=voor zich uitstaren, niet weten wat beginnen) (Gavers)
  10. ek vor ie (=ieder voor zich) (Veurns)
  11. He-j stet te kieken as un zoog die in ut stroeëj stet te zeiken (=Persoon die wezenloos voor zich uit staat te staren) (Zurriks)
  12. hij zat doar as Job op 'e misbult (=hij zat daar verdrietig voor zich uit te staren) (Westerkwartiers)
  13. jaa daor zee-gde gij wa (=ja dat spreekt voor zich) (Oudenbosch)
  14. op ne mol zitten (=voor zich uitstaren) (Gavers)
  15. zij holt de troev' m ien hand' n (=zij houdt de beste plaatsen voor zich) (Westerkwartiers)
  16. Zij, mee eur groten tetter, (=Ze kon het niet voor zich houden) (Hulsters (NL))


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen