74 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tw`
- `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
- aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
- aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
- alle dingen hebben twee handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=kiezen voor zekerheid.)
- bij elkaar passen als twee trommelstokken (=goed bij elkaar passen)
- dat is vers twee. (=dat is voor later)
- dat zijn twaalf eieren en dertien kuikens. (=een meevaller)
- een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
- een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
- een gewaarschuwd mens telt voor twee (=iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden)
- een leugentje om bestwil (=een leugen met een goede bedoeling)
- eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=de invloed van een vrouw is heel sterk)
- een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
- een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
- een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
- een wig drijven tussen twee personen (=ervoor zorgen dat ze ruzie krijgen)
- er dienen geen twee masten op een schip (=er kan er maar één het bevel voeren)
- er nachtwerk van maken (=laat opblijven)
- geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
- geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
- geen twee kapiteins op één schip (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed)
- geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
- het antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen geven)
- het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
- het zal me worstwezen (=het maakt voor mij geen enkel verschil)
- iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
- iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
- iets voor zijn verantwoording nemen (=iets op zich nemen)
- in geen twee sloten tegelijk lopen (=voorzichtig zijn en op zichzelf kunnen passen)
- je kaars aan twee kanten branden (=zijn krachten of mogelijkheden al te vroeg verspillen)
- je kunt niet met twee voeten in één sok (=twee onverenigbare zaken kunnen niet worden gecombineerd)
- kies het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
- lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie)
- met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
- met twee linkerhanden geboren zijn (=erg onhandig zijn)
- met twee maten meten (=niet voor alles of iedereen even streng zijn)
- met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
- op elkaar lijken als twee druppels water (=precies op elkaar lijken)
- op twee gedachten hinkelen/hinken (=moeilijk kunnen beslissen)
- op twee oren slapen (=je mag gerust zijn)
- op twee paarden blijven rijden. (=men kan geen keus maken)
- over smaak valt niet te twisten (=over verschil in smaak moet men geen ruzie maken)
- plak en gard ontwassen zijn (=ook zonder begeleiding wel kunnen leven)
- tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
- tussen twee stoelen in de as vallen (=er bekaaid vanaf komen)
- tussen twee vuren zitten (=uit twee slechte dingen moeten kiezen)
- twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
- twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
71 betekenissen bevatten `tw`
- de toets kunnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
- `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
- allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
- of je worst lust! (=antwoord als iemand `Wat?!` zegt)
- ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de tweede Wereldoorlog)
- een deksel op de kop hebben (=de verantwoordelijkheid voor iets nemen)
- tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
- wie schrijft, die blijft. (=documenteer alles goed voor je eigen bestwil)
- je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
- de regen schuwen en in de sloot vallen (=door iets onaangenaams te ontwijken in nog groter problemen komen)
- de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
- is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
- het bijltje zoeken (=een excuus of uitweg verzinnen)
- het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
- een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
- aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
- het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
- er niet van terug hebben (=er geen antwoord op weten)
- geen been hebben om op te staan (=geen enkele verantwoording kunnen geven)
- met de rug tegen de muur staan (=geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg)
- geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
- als een muis in de val zitten (=geen uitweg meer hebben)
- pas op de plaats maken (=geen voortgang maken. Geen groei of ontwikkeling doormaken)
- arbeid is voor de dommen. (=gezegd als je liever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
- alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
- geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
- het antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen geven)
- als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- de teugels afwerpen. (=het loslaten van regels en verantwoordelijkheden)
- een vogel kent men aan zijn veren (=het uitwendige zegt ook iets over de aard, het karakter)
- maak je bed zoals je wilt slapen (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
- iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukking)
- een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
- iemand van repliek dienen (=iemand gevat antwoorden)
- iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
- er de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
- elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
- hoge bomen/masten vangen veel wind (=in een hoge positie heeft men ook veel verantwoordelijkheid)
- in zijn vuistje lachen (=in jezelf ergens plezier hebben / Op ietwat stiekeme wijze ergens voordeel van hebben)
- een vraagteken plaatsen achter (=in twijfel trekken)
- de haring hangt aan zijn eigen kieuwen (=men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
- een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
- geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
- geen ja en geen neen zeggen (=nog twijfelen aan het antwoord)
- pal staan (=onbeweeglijk stilstaan / niet twijfelen aan de eigen mening)
- de handen slaan aan (=ontwijden)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen