Spreekwoorden met `tw`

Zoek


74 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tw`

  1. `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  2. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  3. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  4. alle dingen hebben twee handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
  5. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
  6. beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=kiezen voor zekerheid.)
  7. bij elkaar passen als twee trommelstokken (=goed bij elkaar passen)
  8. dat is vers twee. (=dat is voor later)
  9. dat zijn twaalf eieren en dertien kuikens. (=een meevaller)
  10. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  11. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
  12. een gewaarschuwd mens telt voor twee (=iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden)
  13. een leugentje om bestwil (=een leugen met een goede bedoeling)
  14. eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=de invloed van een vrouw is heel sterk)
  15. een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  16. een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
  17. een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
  18. een wig drijven tussen twee personen (=ervoor zorgen dat ze ruzie krijgen)
  19. er dienen geen twee masten op een schip (=er kan er maar één het bevel voeren)
  20. er nachtwerk van maken (=laat opblijven)
  21. geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
  22. geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
  23. geen twee kapiteins op één schip (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed)
  24. geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
  25. het antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen geven)
  26. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  27. het zal me worstwezen (=het maakt voor mij geen enkel verschil)
  28. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  29. iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
  30. iets voor zijn verantwoording nemen (=iets op zich nemen)
  31. in geen twee sloten tegelijk lopen (=voorzichtig zijn en op zichzelf kunnen passen)
  32. je kaars aan twee kanten branden (=zijn krachten of mogelijkheden al te vroeg verspillen)
  33. je kunt niet met twee voeten in één sok (=twee onverenigbare zaken kunnen niet worden gecombineerd)
  34. kies het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
  35. lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie)
  36. met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
  37. met twee linkerhanden geboren zijn (=erg onhandig zijn)
  38. met twee maten meten (=niet voor alles of iedereen even streng zijn)
  39. met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
  40. op elkaar lijken als twee druppels water (=precies op elkaar lijken)
  41. op twee gedachten hinkelen/hinken (=moeilijk kunnen beslissen)
  42. op twee oren slapen (=je mag gerust zijn)
  43. op twee paarden blijven rijden. (=men kan geen keus maken)
  44. over smaak valt niet te twisten (=over verschil in smaak moet men geen ruzie maken)
  45. plak en gard ontwassen zijn (=ook zonder begeleiding wel kunnen leven)
  46. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  47. tussen twee stoelen in de as vallen (=er bekaaid vanaf komen)
  48. tussen twee vuren zitten (=uit twee slechte dingen moeten kiezen)
  49. twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
  50. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)

71 betekenissen bevatten `tw`

  1. de toets  kunnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
  2. `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  3. allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
  4. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
  5. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  6. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  7. of je worst lust! (=antwoord als iemand `Wat?!` zegt)
  8. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de tweede Wereldoorlog)
  9. een deksel op de kop hebben (=de verantwoordelijkheid voor iets nemen)
  10. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  11. wie schrijft, die blijft. (=documenteer alles goed voor je eigen bestwil)
  12. je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
  13. de regen schuwen en in de sloot vallen (=door iets onaangenaams te ontwijken in nog groter problemen komen)
  14. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  15. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  16. het bijltje zoeken (=een excuus of uitweg verzinnen)
  17. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  18. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  19. aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
  20. het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
  21. er niet van terug hebben (=er geen antwoord op weten)
  22. geen been hebben om op te staan (=geen enkele verantwoording kunnen geven)
  23. met de rug tegen de muur staan (=geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg)
  24. geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
  25. als een muis in de val zitten (=geen uitweg meer hebben)
  26. pas op de plaats maken (=geen voortgang maken. Geen groei of ontwikkeling doormaken)
  27. arbeid is voor de dommen. (=gezegd als je liever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
  28. alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
  29. geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
  30. het antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen geven)
  31. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  32. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  33. de teugels afwerpen. (=het loslaten van regels en verantwoordelijkheden)
  34. een vogel kent men aan zijn veren (=het uitwendige zegt ook iets over de aard, het karakter)
  35. maak je bed zoals je wilt slapen (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
  36. iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukking)
  37. een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  38. iemand van repliek dienen (=iemand gevat antwoorden)
  39. iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
  40. er de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
  41. elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
  42. hoge bomen/masten vangen veel wind (=in een hoge positie heeft men ook veel verantwoordelijkheid)
  43. in zijn vuistje lachen (=in jezelf ergens plezier hebben / Op ietwat stiekeme wijze ergens voordeel van hebben)
  44. een vraagteken plaatsen achter (=in twijfel trekken)
  45. de haring hangt aan zijn eigen kieuwen (=men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
  46. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
  47. geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
  48. geen ja en geen neen zeggen (=nog twijfelen aan het antwoord)
  49. pal staan (=onbeweeglijk stilstaan / niet twijfelen aan de eigen mening)
  50. de handen slaan aan (=ontwijden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen