Spreekwoorden met `tee`

Zoek

37 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tee`

  1. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  2. als een slak op een teerton (=erg traag zijn)
  3. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  4. daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
  5. daar steekt meer in dan een enkele panharing (=daar zit meer achter)
  6. de bijl naar de steel werpen (=iets geheel opgeven)
  7. de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
  8. de steen des aanstoots (=iets dat anderen hindert, in conflict brengt of verdeeldheid zaait)
  9. de teerling is geworpen (=de beslissing is genomen)
  10. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
  11. een hark zonder steel (=iets waardeloos)
  12. een hart van steen hebben (=geen medelijden met anderen hebben)
  13. een rollende steen vergaart geen mos. (=voortdurende verandering werpen vaak geen vruchten af)
  14. een schurftig schaap steekt de hele kudde aan (=een slechte persoon in een groep, maakt de hele groep slecht)
  15. een steek laten vallen (=een fout maken.)
  16. een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
  17. een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
  18. eer is teer (=beledigd worden doet pijn)
  19. gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
  20. helse steen (=in staafjes gegoten zilvernitraat)
  21. het huishouden van Jan Steen (=een slordige boel)
  22. het is goed aan hem besteed (=hij verdient het, hij zal er op de goede manier mee omgaan)
  23. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  24. ogen op steeltjes hebben (=erg verbaasd zijn)
  25. steeds verder van huis raken (=verder van je doel afraken)
  26. steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
  27. steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
  28. stok en steen verwend (=heel erg verwend)
  29. van liefde rookt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
  30. van teeuwes nog Meeuwes weten (=ergens van helemaal geen verstand hebben)
  31. vorderen als een luis op een teerton (=erg moeizaam opschieten)
  32. weten hoe de vork in de steel zit (=precies weten wat er gebeurd is)
  33. wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
  34. zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
  35. zinken als een baksteen (=direct zinken (niet kunnen zwemmen))
  36. zo zit de vork in de steel (=zo zit de zaak in elkaar.)
  37. zoals de vos steelt, steelt ook het vosje. (=valse ouders hebben valse kinderen.)

74 betekenissen bevatten `tee`

  1. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden /  beloven, maar steeds weer uitstellen)
  2. aan de lopende band (=aan één stuk door; steeds maar weer)
  3. bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  4. al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
  5. alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
  6. als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  7. van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt)
  8. gereed geld dingt scherp. (=als je meteen betaalt gaat de verkoop sneller)
  9. de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
  10. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
  11. steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
  12. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  13. dát doet de deur dicht (=dat wordt niet geaccepteerd)
  14. de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
  15. oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
  16. wie schrijft, die blijft. (=documenteer alles goed voor je eigen bestwil)
  17. klare wijn schenken (=eerlijk en duidelijk vertellen hoe de situatie in elkaar steekt)
  18. voor ogen houden/staan (=er steeds rekening mee blijven houden)
  19. voor ogen (=er steeds weer aan denken)
  20. gauw aangebrand zijn (=gauw geïrrteerd zijn)
  21. jezelf tegenkomen (=geconfronteerd worden met de gevolgen van je eigen acties.)
  22. geen grond houden (=geen steek houden - niet correct zijn)
  23. aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
  24. steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
  25. de rode draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
  26. bergafwaarts gaan (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid)
  27. het ene oor in, het andere weer uit (=het wel horen en meteen weer vergeten)
  28. dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
  29. een zondagskind (=iemand die steeds geluk heeft)
  30. een man van de klok zijn (=iemand die steeds precies op tijd is)
  31. een pechvogel (=iemand die steeds tegenslag heeft)
  32. het onweer is niet van de lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die telkens weer kwaad tekeer gaat)
  33. haast en spoed is zelden goed (=iets te snel doen, resulteert vaak in iets dat slecht gedaan is)
  34. hand over hand toenemen (=iets wordt steeds erger)
  35. voor dood achterlaten (=in de steek laten zonder hoop op herstel.)
  36. het zwart op wit hebben (=in geschreven of gedrukte vorm. Gedocumenteerd)
  37. de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
  38. met de deur in huis vallen (=meteen ter zake komen / onmiddellijk over datgene beginnen waarvoor men kwam zonder)
  39. nota bene (=noteer wel)
  40. iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft)
  41. geen zitvlees hebben (=ongedurig zijn - steeds weer opstaan en rondlopen)
  42. om de haverklap (=op alle mogelijke momenten, steeds weer opnieuw)
  43. de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander)
  44. de lachende derde (=persoon die buiten een conflict staat, maar profiteert van de uitkomst)
  45. in duigen vallen (=plannen die niet doorgaan / uiteenvallen - verloren gaan)
  46. de schellen vallen hem van de ogen (=plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt)
  47. er haring of kuit van willen hebben (=precies willen weten hoe het in elkaar steekt)
  48. psalmen zingen (=schuren met baksteen en zand)
  49. veld winnen (=steeds belangrijker worden)
  50. iemand de oren afzagen (=steeds blijven aandringen)

6 dialectgezegden bevatten `tee`

  1. 'k ee 'n maleurke tee (g) nekoomn (=ik heb een ongelukje gehad) (Waregems)
  2. das andere tee (=dat is heel wat anders) (Kortemarks)
  3. das anderschn tee (=dat is wat anders) (kortemarks)
  4. tee èt gescheet'n ool vlieg'n (=hij heeft het verkorven) (Harelbeeks)
  5. tee plezier èst aander wiëd (=voor wat hoort wat) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. tee voetn gekreegn (=het is spoorloos verdwenen) (Kortemarks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen