72 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `t.`
- allemans raad is allemans zot. (=volg niet blindelings het advies van iedereen)
- als hadden geweest is, is hebben te laat. (=niet zeuren over gedane zaken)
- als je veel eet, dan ben je lelijk als je dood bent. (=waarschuwing tegen te veel eten.)
- armoede zoekt list. (=armoede dwingt om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om rond te komen)
- daar wordt niet hard op gebikt. (=met tegenzin eten.)
- dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
- dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
- de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
- de kou is uit de lucht. (=het is opgelost)
- de paarden die de haver verdienen, krijgen ze niet. (=verdienste blijft vaak onbeloond)
- die in het voorjaar niet zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je sparen voor je eigen oude dag)
- die wel doet, wel ontmoet. (=wie anderen goed behandelt, kan zelf goede behandeling verwachten.)
- donderbuien zuiveren de lucht. (=een ruzie kan een hangende situatie oplossen)
- dun snijden is het behoud van de worst. (=goed kunnen rondkomen door zuinig te zijn)
- een Frans compliment. (=een compliment wat niet zo oprecht of positief is als het aanvankelijk leek)
- een hoofd als een ijzeren pot. (=een heel goed geheugen hebben)
- een kat komt altijd weer op zijn poten terecht. (=uiteindelijk komt het toch weer in orde.)
- een kluwtje dat vanzelf afloopt. (=iets wat zich vanzelf oplost)
- eén kwade dag maakt de winter niet. (=als iets verkeerd gaat, hoeft nog niet alles verkeerd te gaan.)
- een oude rat vindt licht een gat. (=ervaren mensen weten vaak een oplossing te vinden)
- een oude zwaluw weet haar nest. (=oude mensen hebben veel levenservaring.)
- een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
- een varken heeft wel een krul in zijn staart. (=er is altijd iets om trots op te zijn)
- een verschil van dag en nacht. (=een heel groot verschil.)
- een ziekte komt te paard en gaat te voet. (=snel ziek worden, maar langzaam genezen)
- elk hart heeft zijn smart. (=iedereen heeft zijn eigen zorgen om iets)
- er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
- eten en drinken is geen beroep / ambacht. (=werken is noodzakelijk om te kunnen leven.)
- eten wat de pot schaft. (=eten wat op tafel komt.)
- geen haring zo mager of men braadt er vet uit. (=zelfs uit iets kleins of ogenschijnlijk onbelangrijks valt wel iets waardevols te halen.)
- geen schoner gewaad als een zedig gelaat. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
- geen spreker die een zwijger verbetert. (=als je niets zegt zeg je niets verkeerds)
- geld baart onrust. (=waar geld is onstaat vaak onenigheid)
- getelde schapen lopen het hok uit. (=exact alles van tevoren weten)
- grote pracht, weinig macht. (=je voordoen als een rijk man terwijl je arm bent)
- het eindje draagt de last. (=pas aan het eind komen de problemen tevoorschijn)
- het ene oor in en het andere weer uit. (=wel horen maar niet luisteren)
- het ene woord brengt het andere voort. (=een negatieve opmerking kan leiden tot negatieve woorden over en weer)
- het geluk vliegt; wie het vangt die heeft het. (=geluk kan zo maar komen en zo weer gaan)
- het is er de dood in de pot. (=er is niemand.)
- het is niet overal zomer waar de zon schijnt. (=schijn bedriegt)
- het is of de drommel er mee speelt. (=zo veel tegenslagen dat het absurd wordt)
- het komt te paard en het gaat te voet. (=ziekte en ongeluk komen vaak heel plotseling, maar het duurt lang voordat men weer hersteld is)
- het loopt de spuigaten uit. (=het is te veel geworden)
- het slechtste wiel van de wagen kraakt meest. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- holle vaten klinken het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- horzels steken niet en hommels doden niet. (=mensen met een grote mond dragen het minste bij)
- ijdele tonnen rollen het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
- je kan een paard wel in het water trekken, maar niet dwingen dat het drinkt. (=je moet iemand niet dwingen, zelfs niet tot iets leuks)
37 betekenissen bevatten `t.`
- bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
- een oortje gespaard is een oortje gewonnen. (=alle beetjes helpen als je spaart.)
- een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
- goed uit de verf komen (=beter tot uiting komen of succesvoller zijn dan verwacht.)
- je zegeningen tellen (=dankbaar zijn voor wat men heeft.)
- dat is van de Chinese kerk. (=dat is een gerucht.)
- de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
- zwoerd achter je oren hebben. (=doen alsof je iets niet hoort.)
- al doende leert men (=door iets vaak te doen, leert men hoe het moet.)
- een rots in de branding (=een persoon waarop je kunt vertrouwen en die je steunt.)
- een aap op de schouder hebben (=een probleem hebben waar je niet vanaf komt.)
- er schuilt iets achter (=er is meer aan de hand dan op het eerste gezicht lijkt.)
- geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
- je kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek bent.)
- eten wat de pot schaft. (=eten wat op tafel komt.)
- zuur verdiende centen. (=geld waarvoor hard is gewerkt.)
- op de kaart zetten (=gemaakt tot iets waar rekening mee gehouden wordt.)
- struisvogelpolitiek (=het negeren of ontkennen van een probleem in de hoop dat het vanzelf verdwijnt.)
- wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
- een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
- zien eten doet eten. (=iemand zien eten bevordert de eigen eetlust.)
- de stoute schoenen aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))
- er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
- haring bij de vleet (=in overvloed. (Een `vleet` is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.))
- wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
- roeien met de riemen die je hebt (=je moet het doen met de middelen die je hebt.)
- vooruit met de geit (=komaan, we doen voort.)
- met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
- angst is een slechte raadgever (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk)
- geen krieken zonder stenen. (=niemand is er perfect.)
- geen koe zo zwart of er zit wel een vlekje aan. (=niemand is perfect.)
- de krant brengt de leugens in het land. (=niet alles wat de media schrijft klopt.)
- paard in de wieg, kind in de wei (=uitdrukking van ongeloof gebruikt als iemand erg overdrijft. )
- alle scheuten zijn geen rozen. (=uiterlijk bedriegt; niet alles is van hoge kwaliteit.)
- ongegund brood wordt veel gegeten. (=vaak kan men het niet verdragen dat het een ander beter gaat.)
- kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
- liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
Eén dialectgezegde bevat `t.`
- 'tès ammel get, zaag Bet, en ze hoch twei jing on één t. (=het is beter op iemand dan op niemand te moeten wachten) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen