Spreekwoorden met `nau`

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nau`

  1. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  2. een kat in het donker/nauw maakt rare sprongen (=in een benarde situatie doet men vreemde dingen)

16 betekenissen bevatten `nau`

  1. tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
  2. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  3. kijken als Jonas in de walvis (=benauwd kijken)
  4. op apegapen liggen (=bijna dood of erg benauwd zijn)
  5. op de letter (=heel nauwkeurig uitgesproken)
  6. iemand achter de broek/veren/vodden zitten (=iemand aansporen/opjagen / nauwlettend volgen)
  7. een jantje-secuur (=iemand die uiterst nauwgezet werkt)
  8. iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
  9. iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
  10. iets onder de loep nemen (=iets nauwkeurig onderzoeken)
  11. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  12. een onbeschreven blad zijn (=nauwelijks bekend zijn)
  13. op de kop af (=nauwkeurig / precies, exact)
  14. van dik hout zaagt men planken (=niet al te nauwkeurig of zorgvuldig werken)
  15. nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte methode of middelen uitgevoerd werk)
  16. in het huisje wegen (=uiterst nauwkeurig het gevraagde gewicht geven)

50 dialectgezegden bevatten `nau`

  1. 't es nau of tenuët (=nu of nooit) (Meers)
  2. ad ye, aye - ew ye, eye (aye is dus vt van eye), wat adje dan nog? ew je ok nog? wat aye? wat eye nau wir edoon! (=had jij, had je - heb jij, heb je) (Urkers)
  3. asset nau nog nie verstees moesset mér verzitte! (=versta je het nu nog niet!) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. aste e kaaf wils zien, moeste nau èn de spiegel kieke (=dommerik, die je bent!) (Bilzers)
  5. aste nau en dan ès trëg kieks op ze laeve, laefste twei kër (=wie van herinneringen kan genieten, leef meerdere keren) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. aste nog nauts get hübs gezien, mér nau kiekste mér és goed (=nog nooit vertoond spektakel!) (Bilzers)
  7. au gae, wa zegde mae nau (=wat zeg je me nou) (Wichels)
  8. Bau éster nau (én ze vel atter nie gestreep és) (=waar is hij nu toch) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. bau goën vër dat nau toch mèr opsjrijve (=proficiat, dat is dan ook toevallig gelukt...) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. bekiek nau de lengte en brètte (=breedte) van ne luie mins (=hier staat een heel lui persoon) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. bèste nau autgezoenge (=ben je nu eindelijk uitgebabbeld) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. bèste nau pas aut ze bèd, tès mekan noen (=nu al wakker) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. bij wae bèste nau wier te biechte gewès (=wie heeft je nu weer belazerd) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. blüfste doë nau op knabbële! (=praat eens over iets anders!) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. bott'n: nau de bott'n (=Naar de bliksem) (Lebbeeks)
  16. break nau mëne kloemp (=asjemenou !) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. da kumt nie zo nau (=dat komt niet zo precies) (Dunges)
  18. Da stinkt nau rotte vis (=Een onaangename geur hebben) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  19. daaj ès nau ës zoe leed aste naach (=die is nu eens aartslelijk) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. daaj stik hërrë sneddër nau eens ieëvëral tèssë (=ze bemoeit zich met alles en nog wat) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. daaj zieste nau ës nërgës, dassën echte hauskat (=die vrouw gaat nergens, ze sluit zich op in huis) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. Daddis nau de kloeëte (=Dat is stuk) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  23. dae hèt nau ës geneen goej hoër op zëne kop (=hij deugt voor niets) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. dae kan de kis nau al nimei tau hage (=die zit op een massa geld !) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. das nau ës gene kal, das kwatsj (=zoiets zeg je niet, dat is zever) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. das nau és men léste goesteng (=dat vrouwtje bevalt me helemaal niet) (Bilzers)
  27. dastan wir effe, nau stonver wir kit. (=nu staan we weer gelijk) (Bilzers)
  28. dat goên ich tich toch nau ëns nie aon zën naos hange (=dat ga ik je nu eens niet verklappen) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. dat gon ich oech nau ës deftig eksplikiëre (=ik zal u dat eens fatsoenlijk uitleggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. dat zin nau geen toerë (=dat doe je toch niet !) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. Dau gau veul volk kome nau kaake (=Daar gaan velen komen naar zien (spottend)) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  32. de bès ne sjeven almënak, wiësset nau (=je bent tegendraads, 't is maar dat je het weet) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. de bès nog nie on ze nau iërappele (=je bent er nog bijlang niet) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. de gees mich nau toch nie opdraeë (=je wil me nu toch niets wijsmaken) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. de grap ès nau wol traut (=de aardigheid is nu wel eruit) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. de kons nau gemaekelëk noë boëve kraupe (=er is een ladder in mijn kousen) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. de moesset nau wir nie op nen aandre gon staeke (=zoek de schuld niet op een ander te steken) (Bilzers)
  38. Der nau groeië (=Er naar raden) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  39. Der zit meziek én, ast nau nog traut kimp (=dat belooft!) (Bilzers)
  40. dich bès nau ook al aut te koj kènder (=je kinderen zijn ook al niet meer zo jong meer) (Munsterbilzen - Minsters)
  41. dinkstë nau éch dat de gebroje hinnen autte loch valle (=denk je nu echt dat je niet moet werken) (Munsterbilzen - Minsters)
  42. doë konste nau ës GAE(R) tiëge zègge (=dat is de moeite waard !) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. doë mauste nau wol ë graut kreis iëvermaoke (=nu mag je het wel vergeten (voor bekeken houden)) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. Doë steeste nau és van te kieke, ség (=Raar, hé?) (Bilzers)
  45. doë vaeg ich mën viet nau ëns vierkantig aon (=daar veeg ik mijn voeten helemaal aan) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. doë vénnech nau és niks aon (=ik begrijp niet hoe je daar plezier in vindt) (Bilzers)
  47. doeë vaeg ich nau eens deftig mën viet (kas) aon (=dat trek ik me helemaal niet aan) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. doeë zoo ich nau de kaaë zeek van krijge (=daar zou ik het van op mijn heupen krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. doet zën koeter nau mér tau (=slaap nu maar) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. doet zën plaffëture nau mér oeëpe (=word nu eindelijk eens wakker) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen