Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lijken`

  1. appels met peren vergelijken (=twee totaal verschillende dingen vergelijken)
  2. die twee lijken als twee druppels water op elkaar (=die twee lijken heel erg op elkaar)
  3. op elkaar lijken als het ene ei op het andere (=goed op elkaar lijken)
  4. op elkaar lijken als twee druppels water (=precies op elkaar lijken)
  5. over lijken gaan (=doordouwen zonder oog voor ethiek of moraal)
  6. uit de lijken geslagen (=totaal van zijn stuk gebracht)

23 betekenissen bevatten `lijken`

  1. Aan de veren kent men de vogel (=1: Aan iemands uiterlijk (verzorging / kleding) kan men zijn karakter afleiden. 2: Kinderen lijken vaak op hun ouders)
  2. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  3. iemand scheef aankijken (=aan iemand zijn afkeuring laten blijken)
  4. primus inter pares (=de beste onder zijns gelijken)
  5. die twee lijken als twee druppels water op elkaar (=die twee lijken heel erg op elkaar)
  6. op dezelfde leest geschoeid zijn (=erg op elkaar lijken)
  7. geen poot aan de grond kunnen krijgen (=geen schijn van kans blijken te hebben)
  8. op elkaar lijken als het ene ei op het andere (=goed op elkaar lijken)
  9. wie wat bewaart, die heeft wat (=het bewaren van zaken kan op lange termijn voordelig blijken te zijn)
  10. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  11. de voet dwars zetten (=iets verhinderen of bemoeilijken)
  12. de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders )
  13. Snotterige veulens worden de gladste paarden. (=Kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  14. ergens lucht aan geven (=laten blijken)
  15. ergens een punt aan kletsen (=met een praatje vergoelijken)
  16. iets dat krom is recht proberen te praten (=met praten proberen een fout iets goeds te laten lijken)
  17. op elkaar lijken als twee druppels water (=precies op elkaar lijken)
  18. een aardje naar zijn vaartje hebben (=qua karakter op zijn vader lijken)
  19. uit iemands aangezicht gesneden zijn (=sterk op iemand lijken)
  20. appels met peren vergelijken (=twee totaal verschillende dingen vergelijken)
  21. door de mand vallen (=van een lager niveau blijken te zijn dan de buitenwereld tot dan toe had gedacht)
  22. kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen)
  23. zich aan een ander spiegelen (=zich vergelijken met een ander)

Het dialectenwoordenboek kent 5 spreekwoorden met `lijken`

  1. Rous (Sint-Genesius-Rode): za peike gescheite (=op vader lijken)
  2. Veurns: op niet'n trekk'n (=nergens naar lijken)
  3. Zeeuws: t is zo pot zo panne (=twee die die op elkaar lijken)
  4. Waarschoots: tes em gestampt en gescheet'n (=goed op iemand lijken)
  5. Mestreechs: lieke op, trèkke nao (=lijken op (iets, iemand))

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen