Spreekwoorden met `lijken`

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lijken`

  1. appels met peren vergelijken (=twee totaal verschillende dingen vergelijken)
  2. op elkaar lijken als het ene ei op het andere (=goed op elkaar lijken)
  3. op elkaar lijken als twee druppels water (=precies op elkaar lijken)
  4. over lijken gaan (=doordouwen zonder oog voor ethiek of moraal)
  5. uit de lijken geslagen (=totaal van zijn stuk gebracht)

20 betekenissen bevatten `lijken`

  1. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  2. primus inter pares (=de beste onder zijns gelijken)
  3. op dezelfde leest geschoeid zijn (=erg op elkaar lijken)
  4. geen poot aan de grond kunnen krijgen (=geen schijn van kans blijken te hebben)
  5. op elkaar lijken als het ene ei op het andere (=goed op elkaar lijken)
  6. wie wat bewaart, die heeft wat (=het bewaren van zaken kan op lange termijn voordelig blijken te zijn)
  7. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  8. de voet dwars zetten (=iets verhinderen of bemoeilijken)
  9. je aan een ander spiegelen (=je vergelijken met een ander)
  10. de appel smaakt bomig. (=kinderen lijken op hun ouders.)
  11. de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders)
  12. snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  13. er lucht aan geven (=laten blijken)
  14. lachende monden, bijtende honden. (=mensen die vriendelijk of aardig lijken, kunnen in werkelijkheid kwade bedoelingen hebben)
  15. er een punt aan kletsen (=met een praatje vergoelijken)
  16. iets dat krom is recht proberen te praten (=met praten proberen een fout iets goeds te laten lijken)
  17. op elkaar lijken als twee druppels water (=precies op elkaar lijken)
  18. uit iemands aangezicht gesneden zijn (=sterk op iemand lijken)
  19. appels met peren vergelijken (=twee totaal verschillende dingen vergelijken)
  20. kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen)

13 dialectgezegden bevatten `lijken`

  1. A'j de koe niet kende, zo'j nie:t wette, woor 't kalf vandaan kump (=kinderen die helemaal niet op hun ouders lijken) (Barghs)
  2. d'er wa van weg ên (ij eet-er wa van weg) (=erop lijken (hij lijkt erop)) (Kaprijks)
  3. er op trekken (=lijken op) (Sint-Niklaas)
  4. Ge let oep euwe peirre joem (=Op uw vader lijken) (Mols)
  5. Hij / zij ligt in lijken (=Hij / zij is dood, maar nog niet begraven) (Hams)
  6. lieke op, trèkke nao (=lijken op (iets, iemand) ) (Mestreechs)
  7. Oep iemand trekke (=Op iemand lijken) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  8. op niet'n trekk'n (=nergens naar lijken) (Veurns)
  9. op zéen'n aan trekken (=op zijn vader lijken) (Wichels)
  10. t is zo pot zo panne (=twee die die op elkaar lijken) (Zeeuws)
  11. tes em gestampt en gescheet'n (=goed op iemand lijken) (Waarschoots)
  12. za peike gescheite (=op vader lijken) (Rous (Sint-Genesius-Rode))
  13. zenne patj gescheite zaain (=sterk op zijn vader lijken) (Dilbeeks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen