29 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `liege`
- als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)
- de pan uit vliegen (=erg snel stijgen (inz. gezegd over prijzen))
- de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
- die vlieger gaat niet op (=die gedachte gaat niet lukken)
- een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
- elkaar in de haren vliegen (=ruzie maken)
- elkaar vliegen afvangen (=op onbeduidende details elkaar beconcurreren dan wel duidelijk willen laten uitkomen dat men zelf gelijk heeft en de ander niet)
- er een laten vliegen (=een wind laten)
- gebraden duiven vliegen niemand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
- geen hoogvlieger zijn (=weinig talent hebben)
- glashard liegen (=liegen zonder er iets van in zijn houding te laten merken)
- goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
- hier niet zijn om vliegen te vangen (=niet gekomen om de tijd de verdoen)
- hoger willen vliegen dan men kan (=meer willen doen dan men kan)
- iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)
- iemand naar de keel vliegen (=op iemand erg kwaad worden, aanvallen, ermee vechten)
- in de lucht laten vliegen (=laten ontploffen)
- in de nood eet de duivel vliegen. (=als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
- last van vliegen hebben (=stotteren)
- liegen of/dat het gedrukt staat (=heel erg hard liegen)
- men heeft het geluk zo vast als een handvol vliegen. (=geluk komt onverwachts en kan zo weer gaan)
- men vangt meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
- niets afslaan behalve vliegen (=alles aannemen)
- om vliegen te vangen (=om te luieren (niets te doen))
- twee vliegen in een klap slaan (=twee problemen gelijktijdig oplossen)
- voor iemand door het vuur gaan/vliegen (=voor iemand alles overhebben, zich opofferen)
- waar aas is vliegen kraaien (=als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
- willen vliegen eer men vleugels heeft (=iets willen doen nog voor men het geleerd heeft)
- ze zien vliegen (=niet goed bij het verstand zijn)
7 betekenissen bevatten `liege`
- tegen de klippen op gaan (=aan een stuk doorgaan (met liegen))
- van leugens aaneenhangen (=altijd maar liegen)
- liegen of/dat het gedrukt staat (=heel erg hard liegen)
- wijd van huis is altijd rijk. (=iemand die van ver komt, kan makkelijk liegen.)
- glashard liegen (=liegen zonder er iets van in zijn houding te laten merken)
- leugens hebben korte benen (=met liegen kom je niet ver)
- van verre liegt men veel. (=vreemden kunnen makkelijk liegen omdat het niet te controleren is)
28 dialectgezegden bevatten `liege`
- As ik liege dan lieg ik in commissie (=Van meerderen horen zeggen) (Giethoorns)
- baeter en haaf ee as ne liëge dojer (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae kan liege tottër zwat wiët (=hij kan nogal eens liegen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae kan nog gene liëge zak raechzètte (=die heeft geen verstand van werken!) (Munsterbilzen - Minsters)
- das liëge (sjaele) kal (=dat is kwatsj) (Munsterbilzen - Minsters)
- Doen wet je zegge, den liege je niet. (=Je doet maar.) (Zaans)
- dou must niet su liege (=jij moet niet zo jokke) (Harlingers)
- hae steet doeë te liege dattet nimei sjaun ès (=hij liegt tot hij zwart wordt) (Munsterbilzen - Minsters)
- hëbste nie vërgaete te liege (=is het wel waar wat je zegt) (Munsterbilzen - Minsters)
- hemme es hemme en kraige is ne kunst en mee liege en bedriege moeitte deur de wijreld vliege (=hebben is hebben en krijgen is een kunst en met liegen en bedriegen moet je door de wereld vliegen) (Zichems)
- hiet te liege (=de naam hebbend, altijd te liegen) (Tilburgs)
- Je liege dat je barste! (=Je spreekt absoluut niet de waarheid) (Westfries)
- Je liege dat je groen en géél ziene.
Deer glouf ik hillegaar niks van. (=Daar geloof ik geen barst van!) (Westfries)
- je liege denk?
dat glouf ik niet. (=dat geloof ik niet.) (Westfries)
- Liefde doert langer mét stil te kalle en hel te liege (=Liefde komt méér uit het hoofd dan uit het hart) (Bilzers)
- liëg lijf, liëge kop (=hoe bloter het beest, des te lager de geest) (Bilzers)
- liege as 'n bidprentje. (=liegen alsof het gedrukt staat.) (zaans)
- liege dagge zwet zie (=grove leugens vertellen) (Mols)
- liege daste zwat zies (=staan te liegen) (Munsterbilzen - Minsters)
- liege dè de lèùze op oewe kòp dervan barste (=vreselijk hard liegen) (Tilburgs)
- liege gelèk e pjeit skeete loutn (=heel hard liegen) (Teralfens)
- tiëge de klippen op liege (=aan de lopende band liegen) (Munsterbilzen - Minsters)
- tiëge de klippen op liege (=liegen dat het niet meer mooi is) (Munsterbilzen - Minsters)
- tiëge de wèen of klippe op liege (=tegen de muur op liegen- liegen dat het niet meer mooi is) (Munsterbilzen - Minsters)
- tis van oîrn zeggn, oak liege ist van oîrn zeggn dak liege (=ik heb het gehoord) (Lichtervelds)
- van heire zégge' , és al dékker n liëge geboëre (=gaat niet voort op wat anderen u vertellen) (Bilzers)
- vraajë ès vieël fiezële en fiemëlë, mèr nog viël mei....hel op liege (=vrijen is de waarheid geweld aandoen) (Munsterbilzen - Minsters)
- vrije is zachies praote en aart liege (=bij je meisje in een goed blaadje willen komen te staan) (Oudenbosch)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen