Spreekwoorden met `kome`

Zoek


94 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kome`

  1. aan beurt komen (=aan werk geraken)
  2. aan de galg komen (=ter dood veroordeeld worden)
  3. aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
  4. aan zijn gerief komen (=vinden wat men nodig heeft (inz. seksuele behoeften))
  5. aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wilt en fijn/leuk vindt)
  6. als bijen naar de honing komen (=met velen komen en sterk gemotiveerd zijn)
  7. als winnaar/beste uit de bus komen (=iets of iemand blijkt het beste te zijn)
  8. beslagen ten ijs komen (=goed voorbereid zijn)
  9. boven water komen / boven water halen (=tevoorschijn komen / tevoorschijn halen, verschijnen, opduiken)
  10. daar kan niets van inkomen (=dat zal niet lukken)
  11. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  12. de gaande en komende man (=iedereen die komt opdagen)
  13. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  14. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
  15. door de achterdeur weer binnenkomen (=onverwacht terugkomen op een afgeronde situatie)
  16. door de kajuitsramen aan boord komen (=onmiddellijk bevelhebber worden, zonder eerste ondergeschikte te zijn geweest)
  17. door het kluisgat aan boord komen (=de lagere rangen doorlopen alvorens bevelhebber te worden)
  18. een kink in de kabel komen (=iets tussen komen)
  19. er bekaaid (van) afkomen (=een te lage prijs ervoor krijgen)
  20. er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan (=aan alles komt een einde)
  21. er is geen doorkomen aan (=je geraakt er niet door)
  22. er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
  23. er kunnen inkomen (=het wel kunnen begrijpen)
  24. er mee voor de draad komen (=zeggen wat de precieze bedoeling is)
  25. er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal niets mankeren na een ongeluk)
  26. eruit komen (=een oplossing vinden)
  27. gaan doet komen (=als je ergens moeite voor doet komen dingen ook jouw kant op)
  28. goed uit de verf komen (=beter tot uiting komen of succesvoller zijn dan verwacht.)
  29. handen tekort komen (=te weinig hulp hebben , overstelpt worden)
  30. het moet uit de lengte of uit de breedte komen (=het moet hoe dan ook uitgespaard worden)
  31. het paard moet tot de kribbe komen. (=wie belang heeft bij een zaak moet er zelf op uit gaan)
  32. iemand in het naadgaren komen (=iemand erg hinderen)
  33. iemand zien aankomen (=weten waar hij over zal beginnen, zich er alvast tegen wapenen)
  34. iemands eer te na komen (=iemand beledigen - iemands naam aantasten)
  35. in een goed blaadje proberen te komen (=een goede reputatie proberen te verkrijgen)
  36. in geen kerk of kluis komen (=niet godsdienstig zijn)
  37. in het gedrang komen (=met moeilijkheden te maken krijgen)
  38. in het gevlij komen (=doen wat iemand graag ziet om in de gunst te komen)
  39. in iemands kraam te pas komen (=iets wat iemand nodig had)
  40. in zwang komen / raken (=iets wordt een modeverschijnsel)
  41. je moet de kat niet aan de kaas laten komen. (=zorg voor niet te veel verleiding)
  42. jezelf tegenkomen (=geconfronteerd worden met de gevolgen van je eigen acties.)
  43. kan uit Nazareth iets goeds komen? (=wanneer iemand een bepaalde opvoeding heeft gehad kan daar niks goeds van verwacht worden)
  44. komen als een dief in de nacht (=onverwacht komen)
  45. komen met de paal als het brood in de oven is (=te laat komen)
  46. komen waar de duivel zijn staart keert (=op een zeer onherbergzame plaats aankomen.)
  47. krom jezelf als je door de wereld wilt komen (=je moet er wat voor over hebben om iets te bereiken)
  48. man met de hamer tegenkomen (=totaal uitgeput geraken)
  49. men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  50. met beslagen paarden op het ijs komen. (=goed voorbereid zijn voor zijn taak)

154 betekenissen bevatten `kome`

  1. de eindjes (niet) aan elkaar knopen (=(niet) rond komen (met z`n inkomen))
  2. met zijn gat in de boter vallen (=(onverwacht) goed terechtkomen)
  3. met zijn neus in de boter vallen (=(Onverwacht) goed terechtkomen)
  4. aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
  5. over de drempel komen (=aan huis komen)
  6. werelds goed is eb en vloed (=aardse goederen komen en gaan)
  7. in de lucht zitten (=algemeen voorkomen)
  8. geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan)
  9. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
  10. hoe meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
  11. gaan doet komen (=als je ergens moeite voor doet komen dingen ook jouw kant op)
  12. belofte maakt schuld (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
  13. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  14. armoede zoekt list. (=armoede dwingt om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om rond te komen)
  15. goed uit de verf komen (=beter tot uiting komen of succesvoller zijn dan verwacht.)
  16. met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
  17. men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  18. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  19. er zal geen haan naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen)
  20. het water komt op de dijk. (=de tranen komen op)
  21. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  22. de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het licht komen)
  23. in het gevlij komen (=doen wat iemand graag ziet om in de gunst te komen)
  24. een zware pijp roken (=door eigen schuld in moeilijkheden komen)
  25. door vragen wordt men wijs (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
  26. de regen schuwen en in de sloot vallen (=door iets onaangenaams te ontwijken in nog groter problemen komen)
  27. voorkomen is beter dan genezen (=door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen)
  28. met een nat zeil thuiskomen (=dronken thuiskomen)
  29. in de papieren lopen (=duur uitkomen, veel geld kosten)
  30. een eed met boter bezegeld. (=een belofte zonder echte intentie om de belofte na te komen)
  31. niet het zout op zijn patatten verdienen (=een klein inkomen hebben)
  32. de bom is gebarsten (=een langdurige spanning of conflict is tot een uitbarsting gekomen)
  33. een paar mensen optrommelen (=een paar mensen laten komen)
  34. een appeltje voor de dorst (=een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen)
  35. het kind bij de naam noemen (=eerlijk voor de mening uitkomen)
  36. goede sier maken (=er (overdreven) goed van leven / goed overkomen bij anderen)
  37. tussen twee stoelen in de as vallen (=er bekaaid vanaf komen)
  38. er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
  39. tegen de paal lopen (=er slecht vanaf komen)
  40. er een balletje over opgooien (=er voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  41. er zijn maal wel mee kunnen doen (=er wel mee toekomen)
  42. er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
  43. dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
  44. de hand op iets leggen (=ergens aan kunnen komen)
  45. de kraag kosten (=ergens bij om het leven komen)
  46. in de termen vallen (=ergens in aanmerking voor komen)
  47. zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))
  48. iets niet over zijn hart kunnen krijgen (=ergens niet toe kunnen komen of ergens op gesteld zijn)
  49. onder de schoenzolen schrijven (=ergens niets van terecht komen)
  50. ergens verzeild raken (=ergens onbedoeld terechtkomen)

22 dialectgezegden bevatten `kome`

  1. aan zien élle kome (=voldaan zijn) (Weerts)
  2. baeje baatj neet, hie mót de zeiktón kome (=dat is slechte grond, alleen resultaat met bemesting) (Heitsers)
  3. dalik kome de boekkels (=pas op voor de enge geesten) (Sevenums)
  4. Dau gau veul volk kome nau kaake (=Daar gaan velen komen naar zien (spottend)) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  5. Dau kome kwèddele van (=Daar komen problemen van) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  6. De huirtuitse brekke kome de bouwelse beirege aflekke (=de herenthoutse kinderen komen spelen op de Bouwelse bergen) (Grobbendonks)
  7. de petaate kome al oit (=Bij iemand met gaten in zijn kousen) (Antwerps)
  8. Diee zulde mee gen kaa haanden aon zen gat kome (=Die kan je niet bedotten) (Herentals)
  9. doar kome kweddele van (=daar komt ruzie van) (Antwerps)
  10. hae kan neet van kook tot broeëd kome (=hij kan niet beslissen) (Weerts)
  11. het wit pjeerd van Geel is hum kome halen (=naar de psychiatrie gaan) (Lummens)
  12. kânse kome wi-j ejkes, ein vör ein (=rustig blijven en wachten op het juiste moment) (Weerts)
  13. Mé(j) een kaat'ant aon zoan gat kome (=iemand testen) (Booms)
  14. Mot ik mit de streen kome (=Als iemand lang op de wc zit) (Horster)
  15. Oët de bloemkoeële kome (=Waar een baby vandaan komt (tegen kleine kinderen)) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  16. over den eirt kome (=bij iemand thuis komen) (Hoogstraats)
  17. Stopt mè fikfakke, dau kome allieën mau kwèddele van (=Hou op met ruziemaken, daar komen alleen maar problemen van) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  18. te kernobus kome (=er mee moeten voor de dag komen) (Schunnebroecks)
  19. tot bezêj kome (=gaan nadenken) (Weerts)
  20. uit evve nest kome (=opstaan) (Geels)
  21. van un kouj kermis thoes kome (=het verwachte niet krijgen) (Maasbrees)
  22. ze zen hem kome hoale met het karreke van Vets was een begrafenisondernemer op het Kiel, (=iemand die overleden was (op het kiel) ) (Antwerps)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen