2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `keutel`
- elk zijn meug, zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=boeren zijn koppige mensen die hun eigen zin doen)
- paardenkeutels zijn geen vijgen (=uiterlijk kan bedriegen / laat je niks wijsmaken)
19 dialectgezegden bevatten `keutel`
- De keutel bi'j 't goeie ende em-m (=Dat is juist) (Giethoorns)
- De keutel bi'j 't goeie ende.em-m (=Dat is juist) (Giethoorns)
- de keutel uit het gat vragen (=alles willen weten) (Lommels)
- den keutel dicht bij 't hart hèbbe (=Angstig zijn) (Genneps)
- den keutel dwars hèbbe zitte (=Ergens moeite meehebben) (Genneps)
- Den keutel ientrekke, de pis óptrekke (=Ergens van afzien) (Genneps)
- Dêr hast de keutel bij it skjinne ein. (=jij hebt de keutel bij het schone eind) (Fries)
- die ef de keutel bi'j 't rechte ende (=die heeft het goed) (Giethoorns)
- diene keutel intrekke-passe (=terugkomen op je beslissing) (Mestreechs)
- dou hest de keutel bij 't skoane end (=je hebt gelijk) (Leewarders)
- hae heet de léste keutel aafgeneêpe (=als iemand is gestorven) (Weerts)
- Hi'j ef de keutel bi'j 't goeie,rechte, ende (=Hij weet het goed) (Giethoorns)
- Hi'j ef de keutel bi'j 't recht ende (=Hij heeft het goed) (Giethoorns)
- Hi'j ef de keutel bi'j 't recht ende (=Hij heeft het bij het rechte eind) (Giethoorns)
- hij draait als een keutel in een pispot (=hij draait alle kanten uit) (Graauws)
- in ouwen keutel gepikt zijn (=beledigd zijn) (Graauws)
- kieke alsof hij ziene lètste keutel geschéte hèt (=Verloren, en moedeloos zijn) (Genneps)
- n keutel an t schone ende pakn (=kiezen uit 2 kwaden) (Rijssens)
- schient as een keutel in de manenschien (=Prachtig mooi) (Oldemaarks)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen