Eén spreekwoord bevat `ik hem`
- de tijd vliet snel gebruik hem wel (=doe wat je moet doen, terwijl je nog kan)
50 dialectgezegden bevatten `ik hem`
- Aggij nou nie oew bakkus houwt, dan slao ik um subbiet meepussaant dicht (=als jij nu niet je mond houd sla ik hem zo direct dicht) (Tilburgs)
- Ak em aai bet ie (=Als ik hem / haar aai dan bijt hij / zij) (Geldermalsens)
- Arm schrap mij de wortel ans vreet ik hem zo op! (=Hij bezit geen rode cent) (Hoogeveens)
- Beittie akkum aai? (=Bijt hij als ik hem aai?) (Brabants)
- bet em ak hem aai (=bijt hij als ik hem aai) (Veussels)
- bèt ie a-k um aaj (=bijt hij als ik hem aai) (Tilburgs)
- Bet ie ak 'm aaoi (=Bijt hij als ik hem aai?) (Woensels)
- Bet ie ak em aai (=Bijt hij / zij als ik hem aai) (Geldermalsens)
- bet ie ak em aai (=bijt hij als ik hem aai) (brabants)
- Bet ie akkem aoi? (=Bijt hij als ik hem aai?) (Betuws)
- bet tie ak em aai, bèttie ak em ai, bet tie ak um aai (=bijt die als ik hem aai) (Geldermalsens)
- Betemakoemaai (=Bijt hij als ik hem aai) (Turnhouts)
- Bettemakemaai (=Bijt hij als ik hem streel) (Bornems)
- bettemakkemaai? (=bijt hij als ik hem aai?) (Essens)
- bettemakkemaai? (=bijt hij als ik hem aai?) (Nieuwmoers)
- bettie ak 'm aai (=bijt hij als ik hem aai) (Bergs)
- Bettie ak 'maai (=Bijt ie als ik hem aai) (Brabants )
- Bettie ak um aai? (=Bijt hij (de hond / kat) als ik hem aai?) (werkendams)
- Bettie ak um aai? (=Bijt hij als ik hem aai?) (Bredaas)
- Bèttie akkem aai? (=Bijt hij als ik hem aai?) (Kaatsheuvels)
- Bettie akkem aoi? (=Bij hij als ik hem aai?) (Culemborgs)
- bettie akkemaai (=bijt hij als ik hem aai) (Ossendrechts)
- bèttie akkum aai (=bijt hij als ik hem aai) (Tilburgs)
- Bettie akkum aai? (=Bijt die hond als ik hem aai?) (Baronies)
- Bettie akkum aai? (=Bijt die (hond) als ik hem aai?) (Roosendaals)
- Bettie akkum aoi (=Bijt hij als ik hem aai) (Brabants)
- Bettie akkumaai (=Bijt hij als ik hem aai.) (Bosch)
- bettie ek um oai (=bijt hij als ik hem aai) (Brakels (gld))
- Bettie joekel akkum aoi (=Bijt die hond als ik hem aai) (Bosch)
- bettie-akemai (=bijt hij als ik hem aai) (Brabants)
- bettie-akkum-aai? (=bijt hij als ik hem aai?) (ossies)
- bettie'ask'maai? (=bijt hij als ik hem aai?) (brabants)
- bettieakkumàài (=bijt hij als ik hem aai) (Berghems)
- bettieakkumaai? (=bijt hij als ik hem aai?) (Dongens)
- bettieakkumaai? (=Bijt hij als ik hem aai?) (Tilburgs)
- Biet ie ak em aai (=Bijt hij als ik hem aai) (Terneuzens)
- biet'n ak 'n aaie (=bijt hij als ik hem aai) (Zeeuws)
- Biet'n ak'n aai? (=Bijt hij als ik hem aai?) (Zeeuws)
- bietie a-k'um aei (=bijt hij als ik hem aai) (Zeeuws)
- Biettie ankum aai (=Bijt hij als ik hem aai) (Zaamslags)
- Bit tie as k m ai (=Bijt hij als ik hem aai) (Slands)
- dae kraajg ët nog op zënë botterham gesmaerd (=dat vergeet en vergeef ik hem nog niet zo snel-daar zal ik hem snel aan herinneren) (Munsterbilzen - Minsters)
- dan kaank diejun artiest van jullie beter zien (=dan kan ik hem (jullie zoon) beter zien) (Oudenbosch)
- dat za'k 'em es goed ienpeber'n (=dat zal ik hem eens goed duidelijk maken) (Westerkwartiers)
- dat za'k 'em ienpeeber'n (=dat zal ik hem goed duidelijk maken) (Westerkwartiers)
- doar het 'er schoon geliek aan (=dat zou ik ook doen als ik hem was) (Westerkwartiers)
- èn de grond èssët ne goeje mins, mér waaj kraajg ich em trèn (=in de grond is het een goed mens, maar hoe krijg ik hem erin) (Munsterbilzen - Minsters)
- haat ze bakkës tau, ei ich hèt tau hoo (=hou je mond, of moet ik hem dichtslaan) (Munsterbilzen - Minsters)
- Hak um (=Had ik hem) (Alfus)
- ich kannem nie laaje en doevër gon ich altijd èn e biëgske rond em (=ik kan hem niet verdragen en daarom mijd ik hem zoveel mogelijk) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen