Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `houdt`

  1. dat houdt me op de been (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol)
  2. een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
  3. een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
  4. Eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=Eten en drinken blijven levensbehoeften.)
  5. het houdt geen rooi (=het gaat de perken te buiten)
  6. met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van de kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadigheid terecht)
  7. Wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=Je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)

10 betekenissen bevatten `houdt`

  1. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  2. het hinkende paard komt achteraan (=de grootste problemen houdt men voor het laatst)
  3. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  4. Wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=Het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
  5. het oog van de meester maakt het paard vet (=het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt)
  6. Hij is voor de fret. (=Hij houdt van lekker eten.)
  7. Hij is een smulpaap. (=Hij houdt van lekker eten.)
  8. hoer en tollenaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar (=hoe slecht je afkomst is, God houdt van je)
  9. een garnaal heeft ook een hoofd (=schertsend gezegd van een kind dat koppig aan zijn mening vasthoudt)
  10. wie boter op zijn hoofd heeft moet niet in de zon lopen (=wie schuldig is houdt zich best gedeisd)

Het dialectenwoordenboek kent 37 spreekwoorden met `houdt`

  1. Westerkwartiers: 't ken gien poch'n lied'n (=het houdt niet over)
  2. Oudenbosch: tis nie van weelde (=dat houdt niet over)
  3. Maas en waals: hou oewen smoel of houtemoel (=houdt je mond)
  4. Waregems: 't stopt ievers! (=het houdt ergens op! (verontwaardigd))
  5. Gavers: Ik at hem vaste aan t,ges (=Hij houdt stand)
  6. Westerkwartiers: da's 'n huusmus (=die houdt niet van uitgaan)
  7. Liempds: Houw oe bakkus (=houdt je mond.)
  8. Waregems: 'ten stoopt nie(t) (=het houdt niet op)
  9. Antwerps: ais nen echte tettezot (=hij houdt van mooie meisjes)
  10. Hulsters (NL): Ai komt van Lillo (=Hij houdt zich van de domme)
  11. Lichtervelds: je geboart van krommenoas (=hij houdt zich voor de domme)
  12. Twents: ie miegt mie an de koar (=je houdt me voor de gek)
  13. Oudenbosch: wa sjouwtie nou ? (=waar houdt hij zich nu mee bezig ?)
  14. Londerzeels: ne propere smeirlap (=iemand die de schijn hoog houdt)
  15. Westerkwartiers: zij blift op heur stuk stoan (=zij houdt haar mening vast)
  16. Oudenbosch: zijn de paoters al op de weel gewiest ? (=het ijs : houdt het al ( op de Weel ) ?)
  17. Sint-Niklaas: de smjeirdag ('t smjeirfeest) (=de dag waarop een vereniging een feestmaal houdt)
  18. Westerkwartiers: dat wichtje is nogal trugholl'nd (=dat meisje houdt zich op de vlakte)
  19. Diesters: as emet in zenne kop het dan etem et ni in zen gat (=hij houdt er koppig aan vast)
  20. Westerkwartiers: zij holt de troev'm ien hand'n (=zij houdt de beste plaatsen voor zich)
  21. Bilzers: hae hélvert mét daaj van haajlengs (=hij houdt aan met onze buurvrouw)
  22. Sittards: Hae deit wie Henske de gek (=Hij houdt zich van de domme)
  23. Walshoutems: Ziet mar da dje oech vuugt (=Zie maar dat je je gedeisd houdt)
  24. Kinrooi: Gedraagtj uch fatsoenlik en zoeë neet...haodj 't den plezerig! (=Gedraag u fatsoenlijk en zo niet...houdt het dan plezierig!)
  25. Kinrooi: Vrouldje-emancipatie hiltj op es ze mètte wage in pan valle! (=Vrouwen-emancipatie houdt op wanneer ze met de wagen in panne vallen!)
  26. Twents: as ie oe bek ewm hoalt, dan kunt wie normaal kuieren. (=als jij je mond even houdt, kunnen wij normaal overleggen.)
  27. Munsterbilzen - Minsters: baeter zinge dan springe (daase) (=je houdt beter het heft in eigen hand, dan naar anderen te moeten luisteren)
  28. Munsterbilzen - Minsters: nen aop it geen niëtsjes aster benane te krijge zin (=je houdt je aan hetgeen je goed kent)
  29. Booms: aawe ôtleg is goe maar aawe spikkelaas deegt ni (=u kan het goed uitleggen maar het houdt geen steek)
  30. Kinrooi: Waem de gek trouwtj veur d'n drek, verluustj d'n drek en hiltj de gek! (=Wie de gek huwt voor de drek, verliest de drek en houdt de gek!)
  31. Heerlens: Wea inge gek trouwt um d'r drek, dea verluust d'r drek en hilt d'r gek (=Wie een gek huwt omwille van diens vermogen, verliest het vermogen, maar houdt de gek)
  32. Tilburgs: ge moest oewèège schaome, dègge oew èège moeder zôo vur de gèk haawt ! (=je moet je schamen,, dat je je eigen moeder zo voor de gek houdt !)
  33. Kinrooi: 't Ergste waat dich kan euverkómme is te haoje van emes dae van einen angere hiltj! (=Het ergste wat je kan overkomen is te houden van iemand die van een andere houdt.)
  34. Waalwijks: Hij zegt niks. Hij houdt z'n mond. (=Hij zit er ginnen ene* (in 'ene' de eerste e als in 'beer')
  35. Munsterbilzen - Minsters: wae ne gek traut vër de drek, verlies de drek en hilt de gek (=wie een gek huwt voor de grond, verliest de grond maar houdt de gek)
  36. Bosch: As ge nou oe-en bèk nie houdt, dan sloa ik daluk al oe krulle uit oe hoar (=Moeder wil jengelend kind stil krijgen)
  37. Klemskerks: wa' let d'r je van...? wat belet je, wat houdt je tegen om...? bv. Wa' let d'r je van...? Bv. Wa' let er je van ook e ki' je gedacht te zegn? (=Wat let er je om...?)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen