Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `hop`

  1. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  2. de schop afkuisen (=stoppen met het werk)
  3. de schop krijgen (=ontslagen worden)
  4. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
  5. handen als kolenschoppen (=zeer grote, sterke handen)
  6. het is een hopje in een brouwketel (=het is zo goed als niets)
  7. iemand de schop geven (=iemand ontslaan)
  8. op de schopstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  9. tegen de schenen schoppen (=ruzie zoeken)
  10. tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt)

8 betekenissen bevatten `hop`

  1. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  2. tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  3. tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  4. het kruis nageven (=hopen dat hij vooral nooit meer weerkomt)
  5. het heilig kruis achterna geven (=hopen dat iets of iemand nooit meer terugkomt)
  6. god betere het (=laten we vooral hopen van niet)
  7. iemand het heilig kruis achterna geven (=van iemand hopen dat hij nooit meer terugkomt)
  8. de moed in de schoenen doen zinken (=wanhopig worden en de moed verliezen)

Het dialectenwoordenboek kent 10 spreekwoorden met `hop`

  1. Munsterbilzen - Minsters: gene mwajae (=hopeloos)
  2. Brugs: j'is stékezot van (=hij is hopeloos verliefd op..)
  3. Waaslands: ge moet a bonen niet te week leggen (=je moet niet hopen)
  4. Weerts: stinke as 'n hoep (=heel erg stinken (een hop = 'n vogel))
  5. Brakels: woar da ons iere zèn goe teeten îstikt (=wat een hopeloos iemand)
  6. kortemarks: je verdient geld lik sliek (=hij verdient geld met hopen)
  7. Westerkwartiers: wij sall'n 't beste moar weer hoop'n (=wij hopen het beste er maar van)
  8. Rijssens: met ne wös noar ne ziehe spek gooin (=door iets kleins te schenken hopen op een groter geschenk)
  9. Oudenbosch: d n uitval zal ut goed motte maoke (=we zullen er maar het beste van hopen)
  10. Munsterbilzen - Minsters: soëves bier mèt de maach, smërges watter aut de graach (='s avond geld met hopen, 's morgens geen om brood te kopen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen