Spreekwoorden met `het de`

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het de`

  1. als het varken zat is, gooit het de bak om. (=gezegd als iemand geen dankbaarheid toont)
  2. het de keel uithangen (=ergens genoeg van hebben)

Eén betekenis bevat `het de`

  1. hutje bij mutje leggen (=ieder draagt bij voor het deel dat die kan)

50 dialectgezegden bevatten `het de`

  1. as ter daut zin ver get hae deed (shit) en zen broek hae hét de bibber (ebitsjes) ver get hae hét sjrik van ze bijeen doen (=schrik hebben van iets) (Bilzers)
  2. Booi het de wiendzak nag oal wijd open (=het waait ontzettend hard) (Wierings)
  3. da pakmech op menen ojem (=de kleding van een vrouw past perfect als het de mannen de adem afsnijdt) (Bilzers)
  4. daaj hèt de laaj tiefës (=zij is wat lui !) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. daaj hèt de spènnëwubbe tèssën hër been (=wie niet waagt blijft maagd) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. dae hèt de bibbërëbitsjës op zë lijf (=hij loopt te huiverenn) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. dae hèt de vlag authange (=zijn hemdsslip hangt uit zijn broek) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. dê hét de bibberebitsjes op ze lijf (=man, heeft die de schrik te pakken) (Bilzers)
  9. die frou het de boks an (inne huus) (=die vrouw is de baas in huis) (Leewarders)
  10. die het de rútten niet op 't noorden (=die heeft een zonnig karakter) (Bildts)
  11. Die het de toid, die komt van Hoorn.. (=Iemand die wel erg traag is) (Westfries)
  12. er is niets wat hem hindert, 't is het juiste moment (=hae hèt de baon wir vraaj) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. es het nemes wet dan brengen het de kreije uut (=Als het niemand weet brengen het de kraaien uit) (Opglabbeeks)
  14. est de moeijtje wieërd? (=is het de moeite waard?) (Meers)
  15. Ge het de kónt nog nie gedreid of ze zien al an de geng (=Ze kunnen niet wachten om te beginnen) (Wells)
  16. geld het de haalve wereld (=met geld kun je veel bereiken) (Westerkwartiers)
  17. hae hèt de pieringën aoën zën naos authangë (=zijn neus druipt) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. Hee het de biêne olweer aardig onder ' t lief (=De zaken gaan alweer beter) (Texels)
  19. Hee het de vijfkop op (=Hij draagt een hoge hoed) (Texels)
  20. Hej hèt de boks nie' kapot (=Hij heeft geld genoeg) (Huissens)
  21. Hej het de lip hange (=Hij krijgt zijn zin niet) (Huissens)
  22. het het de pik op heur ien (=hij heeft het op haar gemunt) (Westerkwartiers)
  23. Hi-j het de ore köt an de kop zitte. (=hij is gevoelig voor wat er over hem gezegd wordt.) (Barghs)
  24. hij het de (bokke-) pruuk weer op (=hij is es weer boos) (Westerkwartiers)
  25. hij het de bokkepruuk op (=hij heeft een boze bui) (Westerkwartiers)
  26. hij het de eerste steen lijt (=hij heeft dat bedrijf opgericht) (Westerkwartiers)
  27. hij het de gulp los (=zijn gulp staat open) (Wagenings)
  28. hij het de heule pot verteerd (=hij heeft al zijn geld erdoor gebracht) (Westerkwartiers)
  29. Hij het de houten overal aan. (=Hij is overleden.) (Bolserters)
  30. hij het de keudel bij 't schone enne (=hij heeft gelijk) (Westerkwartiers)
  31. hij het de kolder ien de kop (=hij is in een dolle bui) (Westerkwartiers)
  32. hij het de kop deur 't haalster (=hij is op de kluiten gekomen) (Westerkwartiers)
  33. hij het de kop deur 't helster (=hij is bovenjan) (Westerkwartiers)
  34. hij het de onnerlip op 't daarde knoopsgat (=hij baalt enorm) (Westerkwartiers)
  35. hij het de oog'n boov'm ien 'e kop (=hij is nogal kwaad) (Westerkwartiers)
  36. hij het de perreplu ien de herremenie laote staon (=Hij heeft zijn paraplu in de harmonie laten staan) (Nijmeegs)
  37. hij het de piep uut (=hij loopt op zijn laatste benen) (Westerkwartiers)
  38. hij het de schoapkes op 't dreuge (=hij kan van zijn spaargeld royaal leven) (Westerkwartiers)
  39. hij het de schoapkes wel op 't dröge (=hij kan wel van zijn kapitaal leven) (Westerkwartiers)
  40. hij het de schuurdeur' n nog oop' n (=hij heeft zijn gulp nog openstaan) (Westerkwartiers)
  41. hij het de smoor ien (=hij is bijzonder kwaad) (Westerkwartiers)
  42. hij het de sokken d' r in (=hij gaat erg snel) (Leewarders)
  43. hij het de wereld ien 'n deuske (=het gaat hem volledig voor de wind) (Westerkwartiers)
  44. hij het de wiend ien 'e zeil'n (=het gaat hem voor de wind) (Westerkwartiers)
  45. hij het de wiesheid ien pacht (=hij denkt alles alleen te weten) (Westerkwartiers)
  46. hij was ien Rome, moar het de paus niet zien (=hij was in de gelegenheid, maar benutte die niet) (Westerkwartiers)
  47. k'aa d'esp'ier'is't aa, pak-ze (kaadespieristaapakse) (=ik hang de ham hier, neem hem als het de jouwe is) (Kaprijks)
  48. kiejert desp alier om ist daan kom pakse (=keer de hesp langs hier om, is het de uwe, kom en pak ze) (denderleeuws)
  49. Laat het touwgie (van de damesklompen) niet deurknippen. .. het land in was het de gewoonte om aan de bruid een paar nieuwe klompen mee te geven voor onder de bedstee. Soms waren de maiden zo prompt (trots) met dat kadogie dat ze het touwgie pas deurdeje als het krippie in de bedstee most. (=huwelijkscadeau) (Alblasserdams)
  50. loat ut denke mer aan ut perd euver, dè het de groatste kop (=denk maar niet te veel) (Susters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen