Eén spreekwoord bevat `heel veel`
- over heel veel schijven gaan (=veel hiërarchische of administratieve niveaus moeten zich ermee bemoeien)
11 betekenissen bevatten `heel veel`
- genoeg voor een heel weeshuis. (=als je ergens heel veel van hebt)
- breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
- er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
- gouden bergen beloven (=heel veel (onmogelijks) beloven)
- eten als een paard. (=heel veel eten)
- tot over je oren in het werk zitten (=heel veel werk hebben)
- het is volle bak (=het is helemaal uitverkocht; er zijn heel veel mensen)
- het water loopt hem in de mond (=hij heeft er heel veel trek in)
- goede raad is goud waard (=met goede aanwijzingen kan je heel veel doen)
- met lood in de schoenen (=met heel veel tegenzin of angst)
- bergen kunnen verzetten (=veel taken kunnen verrichten; heel veel werk aankunnen)
50 dialectgezegden bevatten `heel veel`
- 'k ben skele van d'n dus (=ik heb heel veel dorst) (Zwevegems)
- 'k zun op al eiligen roepen (=ik heb heel veel pijn...) (Sint-Niklaas)
- 'n drupke eulie dut wonder'n (=een druppel olie doet heel veel) (Westerkwartiers)
- 'n Hil dil / Hil veul (=heel veel) (Helenaveens)
- ' k ben skele van d' n oong' r (=ik heb heel veel honger) (Zwevegems)
- ' t hoar zoudt deur joen klakke groeien (=heel veel kosten maken zodat je geld opraakt) (West-Vlaams)
- a ee gieël wa beziengs (=hij heeft heel wat bekijks, hij krijgt heel veel aandacht) (Meers)
- Aa heid oeresjans gat (=Hij heeft heel veel geluk gehad) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Achter de beskoittore om komme. (=heel veel moeite doen.) (zaans)
- Bâistewerk doen (=heel veel en hard werken) (Volendams)
- braa (=heel veel) (Bonheidens)
- d'r zat 'n baarg kaf tuss'n 't koor'n (=er zat heel veel troep tussen) (Westerkwartiers)
- da kost stukke van mense (=dat kost heel veel) (winksels)
- da' s na wel muug veel (=Dat is nu wel heel veel) (Antwerps)
- dao gaon d' r twellef van in ' n dozien en dertieën in e bösselke (=daar zijn er heel veel van) (Weerts)
- dat haar veul voet'n ien 'e aarde (=daar moest heel veel voor gebeuren) (Westerkwartiers)
- De antroase oep zè lijf hêbbe (=heel veel angst hebben) (Walshoutems)
- deris daor ontaort veul volluk gewiest (=er zijn daar heel veel mensen geweest) (Oudenbosch)
- det duit paerdspien (=dat doet heel veel pijn) (Heitsers)
- die kaldje mich ‘n täöt ane kop (=zij praatte heel veel) (Heitsers)
- die kirrel ken wel poodjeboad'n ien zien cent'n (=die kerel heeft heel veel geld) (Westerkwartiers)
- doar is nog 'n heule praane van (=daar is nog heel veel van) (Westerkwartiers)
- doar lèën ze de stroadn mee (=daar zijn er heel veel van) (Kaprijks)
- e schrik van ... (=heel veel) (Veurns)
- een dikke sneijacht (=het sneeuwt heel veel) (Westfries)
- eten dat al zén uëren uitkomt (=eten dat het al zijn oren uitkomt heel veel eten) (Meers)
- gruwelijk veul (=heel veel) (Geldrops)
- Hieël veul gelök zitj in e klein breukske! (=heel veel geluk zit in een klein broekje!) (Kinroois)
- hij is van alle maarkt'n thuus (=hij weet van heel veel zaken iets af) (Westerkwartiers)
- hij is verhipte veulziedeg (=hij weet van heel veel dingen wat af) (Westerkwartiers)
- hij''s met zien gat ien de bodderpot vaal'n (=hij heeft heel veel geluk gehad) (Westerkwartiers)
- iemed én de boeëveste sjaaf hëbbe ligge (=heel veel van iemand houden) (Munsterbilzen - Minsters)
- jeet oeresjanse (=hij heeft heel veel geluk) (kortemarks)
- khe pijne geten (=heel veel pijn gehad hebben) (Kalkens)
- Loslaoten is dèk hieël veul trökkriege! (=Loslaten is vaak heel veel terugkrijgen!) (Kinroois)
- mânge dings (=heel veel) (Weerts)
- n''peerd skiet'n (=heel veel poepen) (Klazienaveens)
- ne rijke stinker (=iemand met heel veel geld) (Munsterbilzen - Minsters)
- neig veel (=heel veel) (Sint-Niklaas)
- niet weinig völle (=heel veel) (Zwols)
- smoeərë lèk nen türk (=heel veel (sigaretten) roken) (Kalforts)
- toe neig zeer (=het doet heel veel pijn) (Sint-Niklaas)
- Ut borst hier van de mossen (=Er zijn hier heel veel musjes) (Westlands)
- z'angdegen gerjeesemt (=Er hingen er heel veel) (Maldegems)
- zë bakkës aofspieële (=heel veel praten) (Munsterbilzen - Minsters)
- ze is hiel wat maans (=zij presteert echt heel veel) (Westerkwartiers)
- Ze zauten zoe dikke of 't aur op nen ont (=er zaten er heel veel) (Maldegems)
- Zich gauw get in dae geeles houwe (=heel veel en snel eten) (Steins)
- Zich kroonkele van de pien, wi-j d'n duuvel in 'n wi-j waatersvaat (=heel veel pijn lijden) (Weerts)
- Zoe dikke of greus (=heel veel) (Maldegems)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen