2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `die een`
- geen spreker die een zwijger verbetert. (=als je niets zegt zeg je niets verkeerds)
- lachen als een boer die een hoefijzer vindt (=tevreden lachen)
8 betekenissen bevatten `die een`
- aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
- volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
- de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
- een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
- als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
- het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beetje buiten de familie staat qua gedrag)
- ze slaan een snoek (=roeiers die een slag met hun riem missen)
- kwaad gezelschap doet dolen. (=vermijdt omgang met mensen die een negatieve invloed op je leven kunnen hebben)
32 dialectgezegden bevatten `die een`
- 't zal nen blijvere zijn (=van iemand die een vast lief heeft) (Zottegems)
- (Rotterdamse haventaal) een (olie) inspecteur/controleur die een tank controleert op het leeg zijn (=tank leeg kijken) (Rotterdams)
- anne van de koesj of trauën (=handen van de koets of trouwen gezegd tegen iemand die een gehuwde vrouw niet ongemoeid wil laten) (Meers)
- dae hèt nogal ne bossël onder zën naos hange (=wat heeft die een grote snor) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dao zeen manskaerels diej ein wolk van ein vrouw höbbe. Es diej dus ins weg is sjientj de zón! (=Er zijn mannen die een wolk van een vrouw hebben. Wanneer die dus weg is schijnt de zon!) (Kinroois)
- Den köj nit op de bokse trèèn (=Iemand die een te korte broek draagt) (Twents)
- det is tillefonieëre sônger draod zag Graad en hae trôk d'r eine aaf det 't kraakdje (=zegt iemand die een scheet wil laten) (Weerts)
- dië zan broek schuirt oeëk (=iemand die een windje laat) (Ransts)
- Dienn paais zeekers da gjee De weirlt a zeun gat angt (=Van iemand die een heel hoge dunk van zichzelf heeft zegt men:) (Maldegems)
- doe bès toch neet van sòkker!! (=wordt gezegd tegen iemand die een beetje bang is (om nat te worden bijv.) ) (Steins)
- dooie -visje-vreter (=iemand die een haring verorbert) (Westerkwartiers)
- door is ok een hoeksken af (=iemand die een beetje minder begaafd is) (Ransts)
- é kluntn (zoetekoeke) (=iemand die een beetje gek doet) (Langemarks)
- geef dien boer een stoel (=iemand die een boer laat) (Kaprijks)
- gien mens het zichzulf moakt (=drijf nooit de spot met iemand die een handicap heeft) (Westerkwartiers)
- goan noyen, ze goat goan noyen (wat wil zeggen ze gaan nood klagen). (=iemand die een overledene vroeger aflegde en het overlijden van deur tot deur ging vertellen (bv Leonie Dedeyne destijds)) (Maldegems)
- he stopt is me aven achterklap (=tegen iemand die een windje laat) (Ransts)
- Hi'j giet een vissen, hi'j giet een fietsenen (=Het woord EEN komt vaak voor woorden die een richting aan geven) (Giethoorns)
- Kijkuris wat un bekkie! (=Een niet `knap` persoon of iemand die een raar gezicht trekt) (Leids)
- klepmaul (=iemand die een ander verraadt) (Munsterbilzen - Minsters)
- kot kot kotkedei (=roep der hen die een ei legt) (Sint-Niklaas)
- nen halve gare (=Iemand die een beetje gek is) (Beerses)
- nen onnozeleir (=Iemand die een beetje gek is) (Olens)
- peetsen schirretand (=kind die een melktand mist) (Waarschoots)
- sjeeve lavvëboo (=iemand die een scheef antwoord geeft) (Munsterbilzen - Minsters)
- skik had, broek nat. (=O, o, wat hebben die een lol!) (Westfries)
- tot de dood projecten (=projecten die (zoals een kerk) die een leven lang duren) (Steenwiekerwolds)
- van een scheuene taljure kunde nie eten (=iemand die een mooie vrouw heeft) (Lokers)
- vèrken: Geeft da vèrken dau nog nen ieëmer (=Uitspraak tegen iemand die een boer laat) (Lebbeeks)
- wa ist valt ave kelder in? (=tegen iemand die een boertje laat) (Ransts)
- Waat zit-dje te käöke, hej-je soms te völ riestepap gaete!! (=Iemand die een boer laat) (Weerts)
- Zo, we krijguh drie daguh slech weer. (=Iemand die een boos gezicht heeft / trekt) (Utrechts)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen