Spreekwoorden met `die een`

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `die een`

  1. geen spreker die een zwijger verbetert. (=als je niets zegt zeg je niets verkeerds)
  2. lachen als een boer die een hoefijzer vindt (=tevreden lachen)

8 betekenissen bevatten `die een`

  1. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  2. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  3. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
  4. een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  5. als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
  6. het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beetje buiten de familie staat qua gedrag)
  7. ze slaan een snoek (=roeiers die een slag met hun riem missen)
  8. kwaad gezelschap doet dolen. (=vermijdt omgang met mensen die een negatieve invloed op je leven kunnen hebben)

32 dialectgezegden bevatten `die een`

  1. 't zal nen blijvere zijn (=van iemand die een vast lief heeft) (Zottegems)
  2. (Rotterdamse haventaal) een (olie) inspecteur/controleur die een tank controleert op het leeg zijn (=tank leeg kijken) (Rotterdams)
  3. anne van de koesj of trauën (=handen van de koets of trouwen gezegd tegen iemand die een gehuwde vrouw niet ongemoeid wil laten) (Meers)
  4. dae hèt nogal ne bossël onder zën naos hange (=wat heeft die een grote snor) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. Dao zeen manskaerels diej ein wolk van ein vrouw höbbe. Es diej dus ins weg is sjientj de zón! (=Er zijn mannen die een wolk van een vrouw hebben. Wanneer die dus weg is schijnt de zon!) (Kinroois)
  6. Den köj nit op de bokse trèèn (=Iemand die een te korte broek draagt) (Twents)
  7. det is tillefonieëre sônger draod zag Graad en hae trôk d'r eine aaf det 't kraakdje (=zegt iemand die een scheet wil laten) (Weerts)
  8. dië zan broek schuirt oeëk (=iemand die een windje laat) (Ransts)
  9. Dienn paais zeekers da gjee De weirlt a zeun gat angt (=Van iemand die een heel hoge dunk van zichzelf heeft zegt men:) (Maldegems)
  10. doe bès toch neet van sòkker!! (=wordt gezegd tegen iemand die een beetje bang is (om nat te worden bijv.) ) (Steins)
  11. dooie -visje-vreter (=iemand die een haring verorbert) (Westerkwartiers)
  12. door is ok een hoeksken af (=iemand die een beetje minder begaafd is) (Ransts)
  13. é kluntn (zoetekoeke) (=iemand die een beetje gek doet) (Langemarks)
  14. geef dien boer een stoel (=iemand die een boer laat) (Kaprijks)
  15. gien mens het zichzulf moakt (=drijf nooit de spot met iemand die een handicap heeft) (Westerkwartiers)
  16. goan noyen, ze goat goan noyen (wat wil zeggen ze gaan nood klagen). (=iemand die een overledene vroeger aflegde en het overlijden van deur tot deur ging vertellen (bv Leonie Dedeyne destijds)) (Maldegems)
  17. he stopt is me aven achterklap (=tegen iemand die een windje laat) (Ransts)
  18. Hi'j giet een vissen, hi'j giet een fietsenen (=Het woord EEN komt vaak voor woorden die een richting aan geven) (Giethoorns)
  19. Kijkuris wat un bekkie! (=Een niet `knap` persoon of iemand die een raar gezicht trekt) (Leids)
  20. klepmaul (=iemand die een ander verraadt) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. kot kot kotkedei (=roep der hen die een ei legt) (Sint-Niklaas)
  22. nen halve gare (=Iemand die een beetje gek is) (Beerses)
  23. nen onnozeleir (=Iemand die een beetje gek is) (Olens)
  24. peetsen schirretand (=kind die een melktand mist) (Waarschoots)
  25. sjeeve lavvëboo (=iemand die een scheef antwoord geeft) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. skik had, broek nat. (=O, o, wat hebben die een lol!) (Westfries)
  27. tot de dood projecten (=projecten die (zoals een kerk) die een leven lang duren) (Steenwiekerwolds)
  28. van een scheuene taljure kunde nie eten (=iemand die een mooie vrouw heeft) (Lokers)
  29. vèrken: Geeft da vèrken dau nog nen ieëmer (=Uitspraak tegen iemand die een boer laat) (Lebbeeks)
  30. wa ist valt ave kelder in? (=tegen iemand die een boertje laat) (Ransts)
  31. Waat zit-dje te käöke, hej-je soms te völ riestepap gaete!! (=Iemand die een boer laat) (Weerts)
  32. Zo, we krijguh drie daguh slech weer. (=Iemand die een boos gezicht heeft / trekt) (Utrechts)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen