5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dat de`
- de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
- het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
- vechten dat de kraaien om de brokken komen (=hevig vechten)
- verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
- wie honing wil eten moet lijden dat de bijen hem steken (=wie iets wil bereiken moet daar iets voor over hebben)
9 betekenissen bevatten `dat de`
- de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zich daadwerkelijk voordoet)
- er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
- elke ketter heeft zijn letter (=ieder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden)
- als bliksemafleider fungeren (=iemand die of iets dat de boze bui van iemand kan afleiden)
- in gebreke stellen (=officieel stellen dat de taak niet naar behoren is uitgevoerd)
- als het regent in mei, is april voorbij (=spreekwoord dat de spot drijft met spreekwoorden die open deuren intrappen)
- roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is)
- niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
- het in tienen geven (=wedden dat de aangesprokene het niet kan)
49 dialectgezegden bevatten `dat de`
-
Laotj eug linkse handj neet wete det de rechse aan 't wek is! (=Laat uw linker hand niet weten dat de rechter aan het werken is.) (Kinroois)
- 'k Ho no wo dat de keunink te voete goat. (=Ik ga naar het toilet.) (Koekelaars (Koukeloars))
- 't es beter van de keirk as van de kapelle (=het is beter dat de rijke de rekening betaalt) (Meers)
- 't is nie ol evangelie dat de paster prikt (=je moet niet alles geloven dat ze zeggen) (Veurns)
- 't lijt niet aan heur dat de oorlog nog niet aofloop'm is (=het is een wel heel simpel iemand) (Westerkwartiers)
- 't regent dat 't zikt, dat de kaffiekanne likt (='t Regent flink) (Veurns)
- 't rint dat 't zikt, dat de kaffiekanne likt! (=Het regent dat het giet) (Veurns)
- al ist dat de krô et ôtbrenge, de waarhoad komt ôt (=al is het dat de kraaien het uitbrengen, de waarheid komt uit !) (Booms)
- baeter dat de viëgël den heile daog fleete, dan dat mën fleet den heilen daog voëgëlt (=liever dat de vogels de ganse dag fluiten dan dat mijn madam (fluit) de ganse dag vogelt) (Munsterbilzen - Minsters)
- beter van 'n keirk as van 'n kapelle (=beter dat de rijke betaalt i.p.v.de arme) (Meers)
- da kind eeft den mol (=kind dat de bof heeft) (Waarschoots)
- dae kan wërke waaj ë miëlepiëd (=die kan hard werken (zoals een paard dat de molen aandrijft)) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dae konste wijsmaoke dat de piepele hoj aete (=Die kan je alles wijsmaken) (Bilzers)
- dat de plissë mér goed waer hëbbe (=als de poltie goed weer heeft, dan hebben wij het ook) (Munsterbilzen - Minsters)
- de dag niet priez'n veurdat 't oav'md is (=niet eerder blij zijn dan dat de buit binnen is) (Westerkwartiers)
- de daiven raiven dat de plaaimen in de geburen staiven (=de duiven ruiven dat de pluimen in de geburen stuiven) (Asses)
- de kerk ooëtj veer dat de klokke loeën (=coïtus interruptus) (Ninoofs)
- de mot zitter goed èn! (='t wordt hoogtijd dat de confectie-industrie er een mauw aan past) (Munsterbilzen - Minsters)
- dich geleifs dat de piepele hooi aîte (=wat ben je naief) (Zichers)
- dinkstë nau éch dat de gebroje hinnen autte loch valle (=denk je nu echt dat je niet moet werken) (Munsterbilzen - Minsters)
- dr zit wat in dat de kat nie lust (=heet) (Klazienaveens)
- ee ta golpe (=was dat de oplossing) (Oudenbosch)
- èt trumptj (=kleine klok wordt geluid om aan te geven dat de mis over .... minuten gaat beginnen.) (Heels)
- frans goehn: paard, dat de voorste hoeven naar buiten werpt. (=Frans lopend paard (Franse stand)) (Genker)
- hang de zon mér rap aut (=het wordt tijd dat de zon gaat schijnen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Hèè geleeft nog dat de piepele hoei èète. (=alles geloven wat men zegt) (Genker)
- In Wauver slauge z'oep taufel dat de glauze dervan dauvere (en asse dan nau't tribenaul mutte gaun hemme ze niks gedaun) (=In Onze Lieve Vrouw Waver slaan ze op de tafel zodat de glazen ervan daveren (en als ze dan naar de rechtbank moeten gaan hebben ze niets gedaan) ) (Sint-Katelijne-Waver)
- je kenne 't mooi vertelle (=maak dát de kat wijs!) (Westfries)
- je peist dat de gebradde kiekens in ziene mond goan vliegen (=hij denkt dat alles vanzelf gaat) (Roeselaars)
- kust mè gat (=loop naar de maan, ietwat lompe formulering om te zeggen dat de andere kan vertrekken, zijn plan kan trekken) (Meers)
- laik me sterrek.. (=denk dat de kans klein is) (Westlands)
- Liën dat de lucht uitgaat. (=Duchtig staan liegen) (Evergems)
- Mè mieter ei geziet dat den iete liepel in de kietel liet. (=Mijn meter heeft gezegd dat de hete lepel in de ketel ligt.) (Lembeeks)
- Met drouge biene op de kant loupe. (=een boterham zo zuinig smeren dat de kanten niet bedekt zijn.) (Westfries)
- Mieter iet geziet da de liepel in de kietel liet (=Meter / grootmoeder heeft gezegd dat de lepel in de ketel ligt) (Hals)
- op den hèngel staute dat de kèttel daovert (=insinueren) (Bilzers)
- slaoget tòch goed gaoj, dè de draojer nie in de frut lôope (=blijf toch goed opletten, dat de draden niet in de war raken) (Tilburgs)
- Steek et Woar dat de Zunne Nie Een Skinkt (=doe ermee wat le wilt) (Kortrijks)
- stookn dat de duuvels in en uut kruupn (=het goed warm maken) (Lichtervelds)
- stookn dat de duuvels in en uut kruupn (=het heel warm maken) (kortemarks)
- stookn dat de duuvels uut en in kruupn (=maken dat het lekker warm is) (Kortemarks)
- tès zoe heet dat te taar op stroët smëlt (=het is zo heet dat de tarmac smelt) (Munsterbilzen - Minsters)
- tès zoe heet dattë kraeë gaopën èn de beem (=het is zo warm dat de kraaien gaan gapen) (Munsterbilzen - Minsters)
- tis dao dat de koe geboendn ligt (=dat is de oplossing van het probleem) (kortemarks)
- waait de wiend uut die hoek? (=is dat de bedoeling?) (Westerkwartiers)
- witte wa da doa van oan es (weet ge wat daar van aan is) (=om zijn verontwaardiging te uiten bij een gerucht dat de ronde doet en wanneer men de waarheid kent) (Leefdaals)
- ze peist da de gebreje kiekes vantzelfs op t aufel stonj (=Ze denkt dat de wereld om haar draait) (Ninoofs)
- ze zeggen vele dat de paster nie e prikt (=er wordt veel gezegd) (Veurns)
- ziet mèr nie bang dat de kërk op tich èn vilt (=je gaat ook niet dikwijls naar de kerk) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen