Spreekwoorden met `bru`

Zoek

25 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bru`

  1. als de bruid verpatst is wordt zij gewild. (=wat niet meer beschikbaar is lijkt aantrekkelijker voor anderen)
  2. brutaal als de beul (=zeer brutaal)
  3. dat is een brug te ver (=dat is te hoog gegrepen)
  4. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  5. dat kan bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  6. de bietenbrug opgaan (=falen, ten onder gaan, zwaar verliezen)
  7. de tijd gaat snel, gebruik haar wel (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken)
  8. de tijd is snel, gebruikt hem wel. (=verspil geen tijd aan onbelangrijke dingen)
  9. de tijd vliet snel gebruik hem wel (=doe wat je moet doen, terwijl je nog kan)
  10. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  11. een koperen bruiloft (=een 12½-jarig huwelijk)
  12. er de brui aan geven (=ergens mee ophouden)
  13. het al te bruin bakken (=het te erg maken)
  14. het is een slechte bruiloft waar maar één bruid is. (=op bruiloften worden vaak nieuwe relaties gevormd)
  15. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  16. je ellebogen gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)
  17. je kan wel dansen al is het niet met de bruid (=je kan ook wel tevreden zijn met iets minder dan het beste)
  18. je kunt wel dansen, ook al is het niet met de bruid (=je kunt je best amuseren ook al is het niet altijd precies wat je zou willen)
  19. je moet geen `hei` roepen voordat je de brug over bent (=vreugde over een goede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan)
  20. je verstand gebruiken (=het verstandig aanpakken)
  21. op het glazen bruggetje geweest zijn (=in doodsgevaar zijn geweest, op het nippertje ontsnappen)
  22. over de brug komen (=veel geld moeten betalen)
  23. praten als brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
  24. van bruiloft komt bruiloft. (=op bruiloften worden vaak nieuwe relaties gevormd)
  25. zo brutaal als de beul zijn (=erg brutaal zijn)

53 betekenissen bevatten `bru`

  1. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  2. allemans vriend is allemans gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, zal men misbruik van je maken.)
  3. wie gekheid zaait zal dwaasheid oogsten. (=als je ongebruikelijke dingen doet krijg je ook ongebruikelijke resultaten)
  4. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
  5. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  6. door de wol geverfd zijn (=brutaal , schaamteloos zijn)
  7. een grote mond hebben/opzetten (=brutaal zijn)
  8. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  9. je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  10. met zijn talenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
  11. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  12. zoet gedronken, zuur betaald. (=drankmisbruik kan veel schade aanrichten)
  13. een mond als een hooischuur (=een grote of erg brutale mond)
  14. eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  15. ieder kwartier heeft zijn manier. (=elke streek heeft haar eigen gebruiken)
  16. er de maan aan geven (=er de brui aan geven)
  17. er kan nog een kabeljauw onderdoor (=er is ruimte genoeg (brug, speling))
  18. zo brutaal als de beul zijn (=erg brutaal zijn)
  19. er met de grove bijl in hakken (=het brutaal aanpakken)
  20. vlees noch vis (=het is niet bruikbaar, omdat het niet duidelijk is)
  21. vis noch vlees (=het is niet bruikbaar, omdat het niet duidelijk is)
  22. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
  23. dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
  24. ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
  25. iemand in de luren leggen (=iemand bedriegen of misbruiken)
  26. een voetveeg zijn (=iemand zijn die voor minderwaardige klusjes gebruikt wordt)
  27. het werkt als haarlemmerolie (=iets dat overal voor te gebruiken is)
  28. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  29. te/van pas komen (=iets goed kunnen gebruiken)
  30. nood zoekt list. (=in benarde situaties worden ongebruikelijke oplossingen gevonden)
  31. haring bij de vleet (=in overvloed. (Een `vleet` is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.))
  32. op je tandvlees lopen (=in totale uitputting voortdoen, zijn laatste krachten gebruiken)
  33. hooi als de zon schijnt (=je moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  34. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
  35. overboord werpen (=niet langer gebruiken, ervan afzien)
  36. met de kop tegen de muur lopen (=nutteloos geweld gebruiken)
  37. iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft)
  38. van bruiloft komt bruiloft. (=op bruiloften worden vaak nieuwe relaties gevormd)
  39. het is een slechte bruiloft waar maar één bruid is. (=op bruiloften worden vaak nieuwe relaties gevormd)
  40. een oud paard van stal halen. (=oude argumenten opnieuw gebruiken)
  41. ellebogenwerk (=succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken)
  42. met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
  43. uit het vuistje (=uit de hand , zonder gebruik van mes en vork)
  44. paard in de wieg, kind in de wei (=uitdrukking van ongeloof gebruikt als iemand erg overdrijft. )
  45. de gelegenheid te baat nemen (=van de gelegenheid gebruik maken)
  46. de kans schoon zien (=van de gelegenheid gebruik maken)
  47. hooien als de zon schijnt (=van de gunstige gelegenheid gebruik maken)
  48. al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
  49. heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))
  50. gevleugelde woorden (=veel gebruikte en breed gedragen uitspraken)

Eén dialectgezegde bevat `bru`

  1. ik komme van bru en ik wete van niks (=zich van de domme houden) (Zeeuws)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen