73 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ater`
- `t Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
- als het water zakt, kraakt het ijs (=elke oorzaak heeft gevolgen)
- bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
- blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
- boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
- boven water komen / boven water halen (=tevoorschijn komen / tevoorschijn halen, verschijnen, opduiken)
- boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
- boven zijn theewater (=dronken)
- dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
- dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
- dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
- dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
- dat wast al het water van de zee niet af (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
- de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
- de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
- de kruik gaat zolang te water tot zij barst (=alles heeft zijn beperkingen)
- de paternosters aandoen (=boeien aandoen)
- de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
- de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
- de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
- een flater slaan (=een nogal domme fout maken)
- een kater hebben (=zich beroerd en vervelend voelen (meestal na te veel alcohol))
- een kring om de zon brengt water in de ton. (=een halo rond de zon voorspelt meestal regen)
- een lulletje rozenwater (=een weinig dynamisch persoon)
- een pater goedleven (=iemand die van het leven geniet)
- er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er geen verstand van hebben)
- geen water te diep zijn (=nergens bang voor zijn, alles durven)
- geld in het water gooien (=geld verspillen)
- geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
- het aan zijn water voelen (=het instinctief aanvoelen)
- het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
- het is melk en water (=het is een futloze zaak)
- het is water en melk (=het is een futloze zaak)
- het kind met het badwater weggooien (=samen met het slechte ook het goede wegdoen)
- het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
- het water is veel te diep (=hij durft het niet aan)
- het water komt aan/tot de lippen (=in groot gevaar, in hoge nood)
- het water komt op de dijk. (=de tranen komen op)
- het water loopt altijd naar de zee (=zij die al het meest hebben, krijgen ook het meeste)
- het water loopt hem in de mond (=hij heeft er heel veel trek in)
- hoe later op de avond, hoe schoner volk. (=vriendelijke of juist schertsende verwelkoming van late bezoekers)
- hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
- hoe meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
- iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
- in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan)
- in iemands vaarwater zitten (=iemand hinderen of concurreren)
- in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
- in troebel water vissen (=een profiteur zijn)
- in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
- je als een vis in het water voelen (=je helemaal op je plaats voelen)
24 betekenissen bevatten `ater`
- gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
- jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
- dat is vers twee. (=dat is voor later)
- de lever doen schudden (=doen schaterlachen)
- het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
- iets in petto houden (=een mededeling voor later bewaren)
- goed zijn woord kunnen doen (=een vlotte prater zijn)
- zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))
- goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vlotte prater)
- goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
- een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
- goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
- uitstel van executie (=iets onaangenaams wordt tijdelijk uitgesteld Later gaat dit toch nog gebeuren)
- iets een vernisje geven (=iets opkalefateren)
- een snoek vangen. (=in het water vallen)
- een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de boter of kookvocht en in de wijn)
- wat hansje niet leert zal hans nooit weten (=je moet het eerst leren om het later te kunnen)
- je ziet eruit als een afgegoten patat (=katerig)
- op een oude fiets moet je het leren (=lesmateriaal is zelden nieuw)
- iets door het oog van de schaar halen (=materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk zaken toe-eigenen)
- een stuip krijgen van het lachen (=schaterlachen)
- voor galg en rad opgroeien (=vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt)
- liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
- van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder zorgen over later)
5 dialectgezegden bevatten `ater`
- ater 'ne ouwe sjtok is 't good sjoele. (WT) (=Als een meisje een oudere man trouwt met veel geld) (Mechels (NL))
- Braaf zieë andesj plek ich dich ater 't behang. (WT) (=Lief zijn of anders plak ik je achter het behang) (Mechels (NL))
- Broeëdkäosjkes allemaol opeite angesj plek ich dich ater de tapieët. (WT) (=Broodkorstjes allemaal opeten anders plak ik je achter het behang) (Mechels (NL))
- Doe zies oet of es te ater 'n haag has gelamd. (WT) (=Er belabberd uitzien) (Mechels (NL))
- Du bis nog neet druug ater de oere. (WT) (=Hier kun jij niet over meepraten, want je bent nog te jong) (Mechels (NL))
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen