Spreekwoorden met `IL`

Zoek


229 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `IL`

  1. achteruit zeILen (=slechter worden)
  2. al te wit is gauw vuIL. (=al te grote liefde is niet bestendig)
  3. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeIL (=alle beetjes helpen)
  4. alle heILige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  5. alle zeILen bijzetten (=de uiterste best doen om iets toch te bereiken)
  6. als apen hoger klimmen wILlen, ziet men gauw hun blote bILlen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  7. als de bruid verpatst is wordt zij gewILd. (=wat niet meer beschikbaar is lijkt aantrekkelijker voor anderen)
  8. als de stok stijf staat is de uIL gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)
  9. als een pILaarheILige (=onbeweeglijk, stijf)
  10. als een zoutpILaar (=onbeweeglijk, stijf)
  11. als het regent in mei, is aprIL voorbij (=spreekwoord dat de spot drijft met spreekwoorden die open deuren intrappen)
  12. als je geschoren wordt, moet je stILzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  13. aprIL doet wat hij wIL (=april geeft onvoorspelbaar weer)
  14. aprILletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
  15. bakzeIL halen (=toegeven dat je ongelijk hebt / aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed)
  16. beneden alle peIL (=stijlloos)
  17. bij elk heILig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  18. dat is huILen met de pet op (=bedroevend resultaat)
  19. dat zijn ze niet die `t WILhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
  20. de achILleshiel (=de zwakke kant/plek van iets)
  21. de boter alleen op zijn koek wILlen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  22. de bramzeILen bijzetten (=alles op alles zetten)
  23. de dood wIL een oorzaak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom iets gebeurt)
  24. de dorsende os zult gij niet muILbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
  25. de geest is gewILlig maar het vlees is zwak. (=geef niet toe aan verboden verleidingen)
  26. de harp aan de wILgen hangen (=de bezigheden stopzetten)
  27. de kust is veILig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt)
  28. de lakense brIL erbij opzetten (=bijzonder scherp toekijken)
  29. de lier aan de wILgen hangen (=zijn bezigheden stopzetten)
  30. de maan met de handen wILlen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
  31. de pIL vergulden (=iets vervelends op zo vriendelijk mogelijke manier zeggen)
  32. de vuILe was buiten hangen (=over onaangename zaken spreken met buitenstaanders)
  33. de vuILste varkens wILlen altijd het beste stro. (=mensen die het niet verdienen willen evengoed het beste)
  34. de wereld wIL bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
  35. de wIL voor de daad nemen. (=waarderen dat het goed bedoeld is ook al pakte het anders uit)
  36. de wind in de zeILen hebben (=voorspoed hebben)
  37. de wolf/vos ruILt wel van baard maar niet van aard (=het karakter van de mensen verandert nooit)
  38. de zeILen hijsen (=opstaan, vertrekken)
  39. door de brIL van een ander zien (=de mening van een ander blind vertrouwen)
  40. door een donkere brIL bekijken (=op een pessimistische manier bekijken)
  41. dweILen met de kraan open (=geen kans op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken)
  42. een appeltje met iemand te schILlen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
  43. een bittere pIL slikken (=grote moeite ergens mee hebben)
  44. een brIL op de neus krijgen (=moeten gehoorzamen aan iemand)
  45. een droge maart en een natte aprIL is de boeren naar hun wIL (=weerspreuk)
  46. een heILig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
  47. een heILig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  48. een heILige koe (=iets waar je niet aan mag komen en zuinig op bent, voor sommige mensen is dat bijv. een auto)
  49. een huis met zILveren pannen. (=een huis waar een hoge hypotheek op rust)
  50. een kleine aardappel moet je niet schILlen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)

354 betekenissen bevatten `IL`

  1. haarscherp (=(van een afbeelding) getrouw tot in fijne detaILs)
  2. buiten spel blijven (=(wILlen) proberen niet betrokken te zijn)
  3. op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd wILlen zien)
  4. van God en alle mensen verlaten (=afgelegen; stIL)
  5. je vergalopperen (=al te snel iets wILlen doen)
  6. het naadje van de kous willen weten (=alle detaILs wILlen weten)
  7. de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat iemand wIL)
  8. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wIL)
  9. er ei of kuiken van willen hebben. (=alles wILlen weten)
  10. komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeILijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
  11. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeILijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  12. de spits afbijten (=als eerste ergens aan beginnen aan iets moeILijks)
  13. het is maar een weet (=als het eenmaal bekend is, is het niet moeILijk meer)
  14. je kan niet alle meisjes haten om één (=als je bent getrouwd wILt dat niet zeggen dat vrouwen je niet meer interesseren)
  15. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stILhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  16. kunst baart gunst. (=als je ergens bedreven in bent zijn anderen toegevender en welwILlender)
  17. mejen kan geen paard al lopende beslaan. (=als je het werk goed wIL doen, moet je er de tijd voor nemen)
  18. allemans vriend is allemans gek. (=als je iedereen te vriend wIL houden, zal men misbruik van je maken.)
  19. als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een beetje helpt, wIL diegene altijd je hulp)
  20. waar een wil is is een weg (=als je iets echt wILt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
  21. uitstel is geen afstel (=als je iets uitstelt wIL dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen)
  22. jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeILijk)
  23. wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wIL hebben op iemand, vind je altijd wel een reden)
  24. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschILlend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  25. haar wil is wet (=als wat zij wIL niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten)
  26. wie veel begeert veel ontbeert (=altijd meer wILlen maakt ongelukkig)
  27. niets dan wonden en builen zoeken (=altijd wILlen vechten)
  28. april doet wat hij wil (=aprIL geeft onvoorspelbaar weer)
  29. het hoogste woord hebben (=baas zijn (of wILlen zijn))
  30. per fas et nefas (=bij al wat heILig is)
  31. de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschIL geven beide personen wat toe om het eens te worden)
  32. waar er twee ruilen moet er een huilen (=bij het ruILen is de een altijd beter af dan de ander)
  33. nood breekt wet (=bij moeILijke omstandigheden is er meer geoorloofd)
  34. goede raad is duur (=bijna te moeILijk om raad te kunnen geven)
  35. zo stil dat je een speld kunt horen vallen (=bijzonder stIL)
  36. steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heILig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
  37. daar zit `em de kneep/knoop (=daar zitten de moeILijkheden/problemen)
  38. dat is andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeILijker)
  39. dat is andere peper (=dat is wat anders, dat is moeILijker)
  40. iets op je lever hebben (=dat je nog iets wILt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
  41. id est (=dat wIL zeggen)
  42. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer WILlem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  43. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles wILlen hebben)
  44. het laatste woord willen hebben (=de baas wILlen zijn)
  45. pap in de benen hebben (=de benen wILlen niet meer vooruit)
  46. de puntjes op de i zetten (=de detaILs erbij zetten - orde op zaken stellen)
  47. het bloed spreekt (=de famILieband doet zich opmerken)
  48. de jongste schepen wijst het vonnis (=de kinderen wILlen het het best weten)
  49. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak wILlen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  50. de lip laten hangen (=de moed opgeven, pruILen)

Eén dialectgezegde bevat `IL`

  1. boern IL banke (=boerenleenbank) (Zeeuws)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen