Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `Boet`

  1. de vis is de Boet niet weerd (=het sop is de kool niet waard)

Het dialectenwoordenboek kent 16 spreekwoorden met `Boet`

  1. Munsterbilzen - Minsters: get autzwete (=ergens voor Boeten)
  2. Ostêns: tis e Boetje (=dat is een gespierde man)
  3. Westfries: achter de Boet gooien (=weggooien)
  4. Venloos: Kièke wie einen Boetsauto (=verbaasd kijken)
  5. Venloos: Dae kièk wie einen Boetsauto (=Hij kijkt erg verbaasd)
  6. Waregems: derde kieëre sloa Boete (=derde keer trakteren)
  7. Twents: Mangs mö'j de bloom'n Boet'n zett'n (=Soms moet je het er van nemen)
  8. Twents: aj gin kop hebt, ku'j nig noar Boet'n kiek'n (=boven je stand leven)
  9. Twents: Loat vi'j Boeten em' brommers kieken? (=buiten gaan zoenen)
  10. Sint-Niklaas: da sal ei moeten uitzweten (=daar zal hij voor moeten Boeten)
  11. Weerts: asj Boete rouktj hiëget binne al lang gebörtj (=gerucht dat waarschijnlijk waar is)
  12. Gelaens (Geleens): Get ram van Boete kènne. (=Iets uit het hoofd leren.)
  13. Westfries: Hai het nog 'n ket in de Boet (=Hij heeft nog een meisje buiten de deur)
  14. Fries: Boeter brea en griene tsies wie dat net sizze kin is gjin oprjuchte fries (=boter brood en groene kaas wie dat niet kan zeggen is geen oprechte fries)
  15. Mestreechs: ammezeer uuch, mer neet Boete de sjraom (=geniet, maar wel binnen de perken)
  16. Sittards: Get ram van Boete kènne (=Iets uit het hoofd kennen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen