71 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Aak`
- aan de hAak slaan (=te pakken krijgen)
- aan de vishAak bijten (=zich laten vangen, toehappen)
- al vAak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
- als het water zakt, krAakt het ijs (=elke oorzaak heeft gevolgen)
- als jut voor de hAakmand staan (=beteuterd, triest)
- belofte mAakt schuld (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
- bitter in de mond mAakt het hart gezond (=ook wat minder aangenaam is, kan gezond of goed zijn)
- blijf uit zijn kielwater of je rAakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
- dat mAakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
- dat rAak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
- dat rAakt kant noch wal (=dat is geen zinnig argument)
- dat rAakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
- dat smAakt naar meer (=meer van dat, graag!)
- dat zAakje zal wel doodbloeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
- de appel smAakt bomig. (=kinderen lijken op hun ouders.)
- de derde man brengt de sprAak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
- de dood wil een oorzAak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom iets gebeurt)
- de drAak met iets steken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
- de fiets aan de hAak hangen (=stoppen met wielrennen)
- de gelegenheid mAakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
- de kap mAakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
- de kurk waarop de zAak drijft (=de basis (steun) van het geheel)
- de lange weg mAakt een moede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
- de zAak nog eens aankijken (=nog even afwachten)
- die perzik smAakt naar meer (=dat is gunstig - nog van dat!)
- een Babylonische sprAakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
- een bonte kraai mAakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
- een goed paard mAakt nog geen goede ruiter. (=niet enkel de middelen tellen, ook de vaardigheid is belangrijk om resultaat te krijgen.)
- een gouden zadel mAakt geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
- een kat in het donker/nauw mAakt rare sprongen (=in een benarde situatie doet men vreemde dingen)
- eén kwade dag mAakt de winter niet. (=als iets verkeerd gaat, hoeft nog niet alles verkeerd te gaan.)
- eén rotte appel in de mand, mAakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- een spAak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
- een zAak/kwestie aankaarten (=een onderwerp ter discussie brengen)
- een zwaluw mAakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
- één zwaluw mAakt nog geen zomer (=één positieve gebeurtenis betekent niet dat alle problemen opgelost zijn.)
- eendracht mAakt macht (=wanneer mensen samenwerken kan men veel bereiken)
- effen rekening mAakt goede vrienden (=of anders: schulden maken vijanden)
- er een halszAak van maken (=iets heel erg aantrekken en ernstig nemen)
- er is reuk noch smAak aan (=het is weinig waard, het is niet interessant)
- er zit geen schot in de zAak (=het gaat niet vooruit)
- geduld is een schone zAak (=wie rustig afwacht wordt beloond)
- geld dat stom is, mAakt recht wat krom is (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten)
- geld mAakt niet gelukkig (=er is meer in het leven dan rijkdom)
- getrouwd zijn over de puthAak (=onwettig samenwonen)
- het is de toon die de muziek mAakt (=het gaat om de manier waarop iets gezegd wordt)
- het is niet voor de ganzen gemAakt (=we kunnen het maar beter uitdrinken)
- het oog van de meester mAakt het paard vet (=het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt)
- het slechtste wiel van de wagen krAakt meest. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- honger mAakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, smaakt alles)
193 betekenissen bevatten `Aak`
- in de schoenen schuiven (=(vAak onterecht) beschuldigen)
- op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zAak)
- met de vork schrijven (=afzetten, meer kosten rekenen dan werkelijk gemAakt)
- koud bier maakt warm bloed. (=alcohol mAakt aggressief)
- als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zAak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
- gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zAak maar gokt, gaat het meestal fout)
- honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, smAakt alles)
- wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek mAakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
- oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn tAak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
- wie veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen mAakt ongelukkig)
- op de magerste paarden bijten de dazen. (=arme mensen hebben vAak pech)
- als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vAak het einde van vriendschappen en relaties)
- daar is kop noch staart aan te vinden (=daar gerAak je niet uit wijs)
- dat kan hij in zijn zak steken (=dat is rAak - die zit!)
- die zit (=dat is rAak!)
- dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vAak voor [onderdelen van een weefgetouw])
- dat sluit als een haspel in een zak (=dat rAakt kant noch wal)
- dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de zAak)
- ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vAak zijn grootste vijanden)
- mastiek maken (=de dagelijkse schoonmAak verrichten)
- de rechte man op de rechte plaats (=de juiste man voor de juiste tAak)
- de spijker op de kop slaan (=de kern van de zAak benoemen)
- eerste viool willen spelen (=de meest prominente tAak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
- het slechtste wiel van de wagen kraakt meest. (=de minst competente persoon is vAak ook de luidste)
- ijdele tonnen rollen het hardst. (=de minst competente persoon is vAak ook de luidste)
- holle vaten klinken het hardst. (=de minst competente persoon is vAak ook de luidste)
- het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzAakt nog meer schade)
- in gebreke zijn (=de tAak niet naar behoren uitgevoerd hebben)
- als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de tAak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
- het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de zAak definitief verliezen)
- de peer is nog niet rijp (=de zAak is nog niet in orde)
- de lens is uit de wagen (=de zAak is vastgelopen)
- het varken is door de buik gestoken (=de zAak is vooraf bedisseld)
- de baars vergallen (=de zAak laten mislukken)
- de molen is/loopt door de vang (=de zAak of persoon is in de war (gek))
- de ossen achter de ploeg spannen (=de zAak verkeerd aanpakken)
- het pleit winnen (=de zAak winnen)
- de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vAak het scherpste benoemen)
- een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitsprAak de mening van anderen peilen)
- al doende leert men (=door iets vAak te doen, leert men hoe het moet.)
- eigen roem/lof stinkt (=door over jezelf op te scheppen mAak je een nare indruk)
- brandende kwestie (=een dringende, actuele zAak)
- dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken zAak)
- een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemAakte fout, begaat men makkelijk weer)
- een fluitje van een cent (=een eenvoudige tAak)
- tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zAak kunnen doen)
- een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzAakt)
- grote parade en klein garnizoen (=een grote vertoning maar niet veel zAaks)
- de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vAak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
- een aal bij de staart hebben (=een lastige tAak ondernemen)
3 dialectgezegden bevatten `Aak`
- 'k zij nie in mijnen Aak (=Ik voel mij niet goed) (Zelzaats)
- en is uut'n Aak (=Hij is psychisch gestoord) (Langemarks)
- Is ow den Aak gon drieven (=Is je de Aak gaan drijven) (Ostêns)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen